Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



Had ze hem niet kort geleden op een namiddag, toen ze in een pijnlijk pogen, iets van den geest der eerste huwelijksjaren ־׳- zoo zachtzinnig en vredig nu in haar herinnering — te herstellen, op het balcon naar hem had uitgezien, aan den straathoek afscheid zien nemen van Nesje Waldorp, Geerte's vriendin? En had ze toen niet onmiddellijk die ontmoeting van Nesje en Egbert met haar eigen ontmoeting in verband gebracht —, toen het kind haar met norschen kop was voorbij gestapt en nauwelijks had willen kennen ? Geerte kwam nu ook niet meer, Joseflne had ze in geen maanden gezien. Otto vertoonde zich maar zelden en hij was schuw —, natuurlijk had hij over haar hooren spreken en dorst of wilde er niet naar vragen. Aan Egbert had ze dien dag niets bemerkt en ook later niet trouwens ׳—, ze had snel de deuren gesloten, zich schamend om haar onwelkome verteedering en geveinsd dat ze in lezen zat verdiept bij zijn binnenkomen. En hij was kleurloos-vriendelijk geweest als altijd, maar toch leek hij soms afzijdiger en koeler dan vroeger —, dan meende Ina iets te voelen als een uitdagend, ״ik heb je niet meer noodig" ook in zijn afwijzen van critiek en tegenspraak. De twistgesprekken behoorden inmiddels vrijwel tot het verleden —, zij ook voelde zich schuldig en schuw, en schaamde zich eigenlijk omdat ze dien jongen den voorkeur gaf boven hem. Hoe kon Egbert nu nog gelooven, dat ze bij anderen zocht, wat hij haar niet geven wilde, dat ze anderen bracht, wat hem niet dienen kon ? Het was de oude formule, de oude verontschuldiging —, maar ze voelde goed, dat hij er niet in geloofde, niet voor dit en daardoor ook niet voor vorige gevallen. Hij had er zelfs toen immers niet in geloofd. Hij zweeg er nu over, al sinds weken, een hoonend, hooghartig stilzwijgen, waarin hij zijn volkomen verachting en zijn volkomen onverschilligheid toonde. En toch gingen ze nóg zonder valschheid en met een zekere mate van wederzijdsche welwillendheid met elkaar om —, ze hadden het verleden, en ze hadden het kind —, waarom ook zouden ze meer heb

ben gebroken dan zichzelf al brak..... wat reden bestond

er om het noodlot voor te zijn?

Ze had soms wel lust om te vragen of hij ditmaal wilde thuisblijven, als ze hem 's avonds zag uitgaan —, maar ze deed het niet. Dat ze de eenzaamheid vaak niet dragen kon, verzweeg ze — het behoorde tot het kleine en zwakke, dat hij sinds lang al niet meer te zien kreeg — en of ze leed, dat hij zich nu ook van haar af- en naar een ander toegekeerd had, dat wist ze niet, dat wilde ze niet weten, omdat

.236

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.