Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



had hem ontvangen, toegestaan dat hij haar hand vasthield in den schemer, om hem haar zoontje met het meisje naar een andere kamer te spelen gestuurd. Dat was het ergste, dat voelde ze als een vergrijp aan het kind, aan zichzelf, aan haar heele beter leven, ofschoon het kind er tevreden en zoet met zijn spel was blijven zitten. En toen hij ging, was zij het geweest, die vroeg of hij terugkwam —, hij was immers zoo vriendelijk en fleurig, zoo jongensachtig-bewonderend en schuchter-verliefd —, meende ze; toen hij langer dan ze dacht wegbleef ׳— ze hem heimelijk den volgenden en daarna den daarop volgenden dag alweer verwacht —, werd ze een gloeiend verlangen naar zijn terugkomst in zich gewaar, dat haar in haar eigen oogen diep beschaamde en dat ze voor Egbert zorgvuldig verborg. Maar enkele weken later had Rudolf kaarten gezonden voor een concert, waar hij spelen zou, en omdat ze zijn naam al dien tijd niet had genoemd, evenmin gerept van de bezoeken •— soms vreezend dat het kind haar argeloos verraden zou en dan gefolterd door al dat vernederende, verwarrende, dat zich als om haar en boven haar samenpakte — stemde Egbert erin toe, met haar te gaan.

Had ze toen maar zich bedwongen, was ze maar niet in de pauze naar hem toegegaan, terwijl Egbert alleen bleef in de zaal, dan was ze dat hatelijk twistgesprek, het ellendige, opgehitste fluisteren met een strak gezicht in een volle zaal tusschen menschen die niet mogen hooren, maar opmerkzaam worden en luisteren met bedekte gretigheid, — althans ontkomen. Nu had Egbert wantrouwen opgevat, haar hoonend gezegd, dat hij ״het spelletje" alweer zag aankomen, dat haar verheven vriendschap met Charley en Hugo toch ook al niet ״bestendig van duur" was geweest —, en toen ze bitter en schamper uitviel, was hij opgestaan, zeggend dat het genoegen van naast een vrouw, ״die haar fatsoen niet houden kon" te zitten, hem te twijfelachtig leek en verdwenen.

Toen was zij ook de zaal uitgeloopen, zich verbeeldend dat iedereen aan haar gloeiend hoofd kon zien wat er was gebeurd, doodelijk beschaamd tusschen de vreemde menschen, die sluiks haar bespiedden en op de gang had ze op en neer geloopen in het vale middaglicht, tot ze het aangapen der suppoosten moede werd en met strakke, brandende oogen uit het raam ging staan kijken. Uit de zaal, van achter de gesloten deuren klonk zoet en zacht Mendelssohn's vioolconcert —, hij speelde, ze had er zich zoo op verheugd, het Concert was een oude liefde van haar ׳—, en ze had alleen

.228

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.