״Je hebt gelijk, Annie", zei ze rustig, ״ik verpraat mijn tijd. Tot straks dan allemaal?" maar ze keek niemand aan, terwijl ze de kamer uitging, omdat ze zich schaamde voor haar blos en ze bemerkte zelf, dat iets in haar stem wanhopig duidelijk de luchtigheid der woorden weersprak, en dat ze het allemaal hadden gevoeld.
Toen ze na een uur met Otto te hebben gepraat en wat gelezen, weer beneden kwam, vond ze er Annie alleen.
״Waar zijn de anderen?" vroeg ze argeloos-verbaasd. Annie lachte schamper.
״Josefine is hiernaast —, en mijn zusje , maar dat bedoel je niet, is het wel? Je bedoelt waarschijnlijk: waar is de jongen ?"
„Hoe durf je, Annie!" viel Ina uit, wit van drift, „ben je gek geworden ? Waar zie je me voor aan ?"
„Zou je mij dat nu wel zoo op den man af vragen?" hoonde Annie, „zou dat niet meer aan „waarheid" geven dan zelfs jij met al je waarheidsliefde verduwen kan ? Ik heb het je trouwens al vaak genoeg en duidelijk genoeg verteld, wat ik van je denk. Maar blijkbaar toch nog weer niet duidelijk genoeg —, want je hebt je voeten nog niet goed hier in huis, of je begint al weer. Wat jij buitenshuis en in je eigen huis uithalen wil, dat laat mij koud —, dan moet je man je maar beter in bedwang houden, dat is mijn zaak niet —, maar hier in huis verkies ik die kunsten niet. Als die jongen wat ouder was, dan zou ik hem gerust zijn gang laten gaan —, dan zou hij gauw genoeg zien wat voor soort hij voor zich had ׳-*, daar zijn zijn voorgangers ook wel achter gekomen —, ik ken wel iemand, die er maar één avond voor noodig had —, en een ander bij wien het wat langer duurde, maar die het toen ook door-en-door wist.—, maar juist omdat hij nog bijna een kind is, en omdat zijn moeder hem aan mij heeft toevertrouwd, en omdat ik zeker weet, dat zijn moeder niet zou willen dat haar eenige jongen in handen viel van iemand als jij —, daarom heb ik hem nu zoolang met mijn zusje uitgestuurd. Dat is beter gezelschap voor hem. En daar moet jij hem ook maar stilletjes bij laten —, als je tenminste niet wilt, dat ik hem rondüit waarschuw, of zijn moeder over je schrijf."
Ina had het gevoel als was ze overal van binnen droog geschroeid van heete drift, haar keel kneep, het scheen haar, als puilden haar de oogen uit het hoofd. Maar een zwak belletje van boven af werd hoorbaar.
„Otto belt," zei ze haastig, toonloos, „even kijken wat hij wil —," en ze wankelde de kamer uit.
.210