niet aardig van me om het te zeggen en je moet ook niet laten merken, dat ik het gezegd heb —, maar ik geloof eigenlijk, dat ze op een man voor haar uit is."
„Practisch!" prees Ina, „een heel verstandige speculatie. Beter dat ze er tijdig een man mee opknapt, dan dat ze er later zelf mee opgeknapt zit. En is er al een slachtoffer ?"
„Zoover is ze nog niet. Maar ze heeft nu juist pas iemand op het oog, geloof ik. Jij kent hem wel, Ina. Een jongen bij ons uit de stad vandaan. Daardoor kennen Annie en Otto hem ook. Gerard van Wijk,"
„Gerard van Wijk ׳—, die een paar huizen van ons af woonde? Zijn moeder was weduwe. Maar dat is toch nog een kind, een schooljongen?"
„Twintig," lachte Josefine, „in het najaar is hij hier komen studeereh, en van dien tijd af komt hij al bij Annie en Otto aan huis, maar nu onlangs schreef zijn moeder, dat ze voor de Kerstdagen bij vrienden in Engeland was genood, en toen heeft Annie hem dadelijk voor dien tijd gevraagd. De oude dame was natuurlijk uitbundig dankbaar, dat hij in de vacantie tenminste niet bij vreemden hoefde te zijn,"
„En zou hij erin loopen ? Och, waarom niet, zul je zeggen. En dan is er allicht maar één span aan bedorven. Vertel eens even, weet Annie, dat je naar mij toe bent en dat ik kom ?"
Josefine knikte. „Natuurlijk, toen Otto het vroeg..." „Maar wat bezielt haar dan toch ? Waarom mag ik er nu ineens niet komen 1 Weet jij er iets van ?" drong Ina aan. „Je zult het zelf wel merken," ontweek Josefine. „Hou het maar stevig voor je, hoor!" zei Ina, schamper de schouders ophalend.
Even later zaten ze bij Annie in de binnenkamer. Ze was nog dikker dan verleden jaar, in haar gezicht werden de trekken meer en meer weggewischt door slappe molligheid, een onderkin bolde over de kraag van haar japon, ze was nu, zooals ze daar troonde achter theeblad en werktafel, een statige, deftige invloedrijke dame, ook nog wel een héél „knappe" vrouw. In den anderen hoek zaten de jongelui ׳-׳, het zusje met een bleek zenuwgezichtje, een dun mondje als iusschen spitsen neus en spitsen kin verknepen, en de jongen blond, blozend en onhandig —. Nu Ina hem zag, herkende ze onmiddellijk het verlegen kereltje met de dunne vlasharen en de witte wimpers, dat ze jaren geleden tegen placht te komen met zijn juffrouw op haar weg naar school. Een
20?