Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



dat ״trekken" heeft geweten. En toch „trekt" mijn hart nog anders..... en daarom is ook liefde in haar aardsche verwerkelijking de vervulling niet..., en daarom stelt liefde mij op den duur ook altijd te leur...., al kan het mij voor een tijd wel stillen, omdat het toch het meest op de vervulling lijkt. Ik heb maar altijd genomen wat ik vond, omdat ik niet wist, wat ik zocht. En daarom — iedereen vond het zoo dwaas, en het sluit toch zoo logisch in elkaar —׳ daarom ben ik ook niet altijd even kieskeurig geweest in de keus van het „voorwerp". Het ging immers in de eerste plaats om mijn eigen gevoel, om wat ik in mijzelf opwekken kon. Een hopelooze liefde — als Cyrano voor Roxane ׳—, dat had ik eigenlijk moeten hebben —, maar dan zou ik toch weer niet in die „hopeloosheid" berust hebben — een mensch is zoo ingewikkeld, en zoo vaak tegen zichzelf. Egbert kon mij zoo hoonen, dat ik mij indertijd heb laten „aanbidden" door een schooljongen —, zóó lang hoonen, tot ik het zelf belachelijk en beschamend vond —׳> en toch, nu weet ik, er is niets zoo heilzaam en zoo verheffend, als het weten dat iemand je idealiseert. Dan wil je immers niet beneden dat ideaal blijven, dan wil je immers zoo hoog staan, als die ander je ziet staan. En wat doet het er dan toe, of die „ander" een schooljongen is? Ik heb, in mijn jeugd, óók wel eens het idealiseeren, dat verliefde menschen elkaar doen, belachelijk gevonden. Maar nu zie ik het als iets heel ernstigs, bijna als een natuurwet, als iets dat zoo schijnt te moeten wezen; opdat we tenminste één reden zouden hebben, om boven onszelf uit te stijgen, nu we het toch lang niet allen, en lang niet altijd kunnen, uit zuivere liefde tot „het Ideaal."

„Wat ben je oud —, voor je leeftijd," zei Josefine.

De opmerking ontnuchterde Ina —, ze keerde het hoofd af om te verbergen dat ze bloosde.

„Vertel eens wat van Otto," vroeg ze even later, gewoon, „wat had hij eigenlijk?"

„Zijn gewone kwaal —, bronchitis —, ditmaal nogal erg. Je weet dat een zusje van Annie al een paar weken bij haar in huis is?"

„Otto vertelde zoo iets, den laatsten keer. Maar ik heb haar nog niet ontmoet. Hoe is ze —, iets als Annie?"

„O neen, nogal vervelend, lang niet zoo levendig als Annie, toen ze een meisje was, tamelijk leelijk en erg dom."

„Gezellig voor Otto! Maar om wat ter wereld haalt Annie haar dan in huis? Zoo hartelijk is ze anders niet."

„Wel,'' lachte Josefine, wat verlegen, „het is misschien

.206

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.