gestooten door datgene waartoe hij niet behoort. Heb je wel eens opgemerkt? Het gaat niet altijd zoo gauw en zoo eenvoudig, omdat geboorte en toevallige omgeving en meer omstandigheden van dien aard vaak allerlei menschen samenbrengen, die van nature niet bijeenhooren —, maar het is dan net alsof je olie en water dooreengeroerd had. Zoodra je het aan zichzelf overlaat, gaat het toch weer uit elkaar, en komt waar het wezen moet."
„En bij wie zou jij dan hooren?" vroeg Josefine wat tastend en onzeker —, ze begreep niet recht, wat Ina bedoelde.
„Ja, vraag dat wel," barstte Ina uit, „bij niemand geloof ik. Ken je dat boek, dat ik hier heb? Kijk —, ik neem het voor Otto mee, het zal hem wel interesseeren. Marie Vaer-ting —, ja, ik heb nog nooit iets anders dan dit van haar gelezen. Daar komt een meisje in voor, die zich precies zoo gevoelt als ik — er ,zijn er genoeg, alleen maar hier niet, schijnt het — en die het zóó uitdrukt, dat zij „geen wortel heeft kunnen schieten in de aarde." Zoo is het."
„Dan ben je misschien een soort in je eentje," schertste Josefine schuchter, wat ontdaan door Ina's ongewone vertrouwelijkheid en door de dingen, die ze zei.
„Een heele eer, en een heele troost voor een arm mensch."
„Hoe oud ben je nu, Ina?"
„Zes-en-twintig."
„Je hebt het toch al een heel eind gebracht —, met je werk meen ik. Je hebt toch succes, nietwaar?"
„Ja —, ik heb geen klagen."
„Dat is dan toch ook iets, waarin je zou kunnen opgaan."
„Maar als ik er nu niet in opga," riep Ina wanhopig, geprikkeld, „dat is altijd het zonderlinge in die redeneeringen. Ik moet hierin opgaan —, en daarin opgaan —, omdat anderen er in opgaan — of er in zijn opgegaan —.
De wereld is nu eenmaal zóó ingericht, dat het er voor de meerderheid nog wel uit te houden is —, en de minderheid moet nu maar zien, hoe ze er komt, en dan vooral luisteren naar goeden raad. Voor de menschen met ambitie—, met allerlei soorten van ambitie, die tot allerlei soorten van succes leiden, is er meestal een kans en altijd een doel. Maar ik heb nu eenmaal te weinig ambitie —, ik geef er natuurlijk wel iets om, als ik „succes" heb —, maar niet genoeg, en het lokt mij niet, het prikkelt mij niet, het vervult mij niet. Ik zoek alleen menschen, dat weet je, en de rest mogen degenen houden, die er prijs op stellen."
„Zoo was je altijd," zei Josefine, „als kind al. Je hield
.204