Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



die met liefde tot hen kwam, met leelijke namen noemen en verstooten? De beteren — Aart Ramondt en Hugo, die hadden haar niet veracht, Hugo stellig niet daarom althans —, maar zij waren de meerderheid niet, de meerderheid was het verwaande, domme man-dier, dat meent baas te zijn en bij den neus om den tuin wordt geleid. Was ze dan toch in haar recht, behoefde ze zich dan toch voor niemand te schamen? Waarom droeg ze dan niet het hoofd omhoog, waarom had ze dan geen moed en geen kracht en geen zelfvertrouwen meer, voelde alleen levenszatheid en de doffe, gelaten rust van iemand, die geen uitkomst meer ziet, wien het leven te zwaar valt, en die van begrijpen afstand heeft gedaan? De anderen hadden haar veroordeeld —, en zijzelf bezat niet langer de kracht, zich vrij te pleiten.

Eens had ze zich, in den eersten tijd met Egbert, bedronken aan den hoogmoed, die geen juk wil dragen, geen macht of meerderheid boven zich erkennen —, daarvan was haar het dorre en schamele gauw genoeg gebleken, en ze had dien hoogmoed verzaakt, maar tegelijkertijd hadden haar eigen strijd en Egberts houding haar de kans op een beter, rijper-, evenwichtiger zelfvertrouwen voor goed ontnomen. Was ze maar sterk en ״slecht" genoeg geweest, om zelfzuchtig genot na te jagen en niets en niemand rondom te ontzien of te achten —, nu ze toch ook het goede en hooge niet volbrengen kon —, maar gold hier wel die onderscheiding van kwaad en goed, of had ze zich onnoozel en zwak andermans oordeel als eigen laten opdringen, zichzelf gevonnist om redenen die zijzelf niet achtte? Wist ze toch maar met vastheid, wie haar geoordeeld had, de anderen of zijzelf____

In dat vragen en knagen aan haar eigen geest leefde ze nu al weken lang als botsgestooten en verlamd. Nu ze stil lag, achterover op haar rug, de oogen gesloten de handen onder het achterhoofd ineengevouwen, was het als drukte haar een zwaar gewicht op de borst. Egbert zong niet meer beneden, en als uit een verte voelde Ina het berouw om haar zwarte wenschen van straks, een herleefde teederheid voor hem op zich afkomen. Maar ze wilde niet, ze wilde aan die vernederende gebondenheid van haar hart niet herinnerd worden —, ze wilde hem haten en afkeer van hem hebben, dat was redelijk, na al die jaren, niet dat weeke naberouw, die zwakke verzoeningshang. En als om haar gedachten geheel en al van hem te vervreemden en als was het een geheime en verboden zonde, liet ze alle bedenkingen, kommer, zelfverwijt varen ׳—, en terwijl ze de oogen opsloeg en door

.196

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.