vloed brak open en verweekte de wanhoop tot zachte vertwijfeling , maar ze kon het denken, het afmattend, verwarrend denken, dat geen hoop of uitkomst meer beloofde, maar zich altijd weer in zich verteerde en verloor, niet langer van zich afzetten.
Charley had haar geschreven, vroeg waar ze bleef na zooveel weken —, ze was sinds den middag van haar gesprek met Hugo nog maar heel enkele keeren terug gekomen en die enkele keeren zonder lust, zonder opgewektheid, zóó stil, dat Charley betuigde haar niet meer te kennen, haar, die zoo zenuwachtig beweeglijk en druk en uitgelaten was geweest in het begin en schertsend vroeg ze of ze ziek dacht te worden. Doch Ina had tot haar schrik gevoeld, dat de bekoring van het komen bij hen beiden was verbleekt en verdwenen, nu hij haar had gezegd, met bijna openlijke woorden, dat hij nooit iets meer dan een koele vriend voor haar zou zijn. Dus toch om hem hoofdzakelijk, zoo ,niet om hem alleen, had ze Charley gezocht, — voor hem was haar vroolijkheid geweest, hem had ze willen behagen —, zonder dat zij-zelf het wist of ook maar vermoedde —, zonder opzettelijk bedrog, zonder Charley' leed te hebben gewild .— maar toch met die heimelijke verwachting in zich naar iets meer van hem, niet alles, de verboden en verborgen hoop hem met Charley te mogen deelen. Daartegen baatte geen ontkennen meer en het maakte haar wanhopig. In zichzelf blikkend, huiverde ze en kromp terug als voor de kwalen en smarten van een vreemde. Was zij zichzelf wel iets meer dan een vreemde, dat ze den grondslag van haar eigen handelen niet kende, dat er als buiten haar óm over haar willen en drijven was besloten? Beteekende dat ook dat ze karakterloos en minderwaardig was, of vond hetzelfde wellicht in andere menschen plaats, die het niet wisten en die hun behoorlijke en deugdzame neigingen in volle gerustheid hielden voor de uitingen van een eigen wil? Zoo moest het zijn —, maar welk een verpletterende kracht ging er van die braven en gematigden, om hun overgroot aantal uit, dat ze haar altijd weer tot diezelfde heimelijke zelfverfoeiing en zelfverguizing konden brengen____
Letterlijk kon ze zich van haar laatst gesprek met Hugo ieder woord te binnen brengen —, en nu zijzelf, door haar antwoorden, door haar houding daarna —■, hem meer dan noodig nog verkoeld en vervreemd had — want hij achtte Charley in haar argelooze vriendschap bedrogen door het stellige feit, dat Ina om hem meer dan om haar was gekomen
13. C. V.
.193