Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



meer dan dat het noodde. Wat was het doelloos, in deze leegè doodsche slaapkamer te wezen, lang voor het uur van slapen-gaan. Wat zocht ze hier toch? Traag kwam ze het balkon op en boog zich over de borstwering, beide armen op den natten, houten rand geleund —, het koude vocht drong door haar mouwen heen en deed haar rillen —, alles rondom was nat en als dof beslagen —, de herfst had vroeg en wreed huis gehouden, van de boomen in de tuintjes rondom waren de bladeren heengetrokken, naar alle winden weg, slap hingen de overgebleven flarden aan de takken, in het bont bezaaide gras beneden bloeiden nog maar wat schaarsche, paarse asters —, boven de daken tusschen de gestroopte takken was overal de naakte witte lucht te zien. Regende het nog —, vroeg ze zich half-gedachteloos af —, of droop er maar nevelvocht ? Het denken kostte inspanning, ze was als versuft en verdoofd, ze moest zich met geweld ertoe dwingen de hand uit te strekken, om te voelen of het werkelijk regende —, en daarna kostte het inspanning de hand weer terug te halen —, en toen wist ze nog niet recht of het al dan niet regende ׳—, het kon haar ook eigenlijk niet schelen, ze liet haar hoofd neerknikken tot bij haar handen, de natte guurte viel haar koud op den nek en bracht haar half tot bezinning —, en ze voelde hoe koud het was, hoe nat ze werd —•, een hekje aan den overkant klapperde hard en aanhoudend in den wind, het rauwe geluid scheurde haar in de ooren, martelde haar gespannen zenuwen —; en ineens was het, als kwam ze tot bezinning, tot het inzicht dat ze hier toch niet behoefde te blijven, maar naar binnen kon gaan en de deuren sluiten en liggen op haar bed in stilte en afgeslotenheid.

Ze voelde zich doodelijk moe, haar beenen trilden —, de kamer lokte als een verlossing —, ze sloot de glazen deuren dicht en door de beslagen ruiten, waarover zilveren droppels snel naar beneden kronkelden, zag ze nu de zwiepende boomen, wier zacht gehuil ze niet meer hooren kon —, en het klappende hekje, als plotseling verstomd —, hét leek van de klamme stilte uit gadegeslagen een angstaanjagend schimmenspel.

Plotseling keerde ze zich om en liet zich zonder geluid zwaar neervallen op haar bed —, haar gezicht boorde diep het kussen in, haar handen lagen aan weerszijden ineen geklemd en zoo bleef ze liggen, als ze gevallen was, in weldadige verdooving, die haar van het martelend denken onthief. Een zucht worstelde zich los en de gesloten tranen-192

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.