Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



״Je bedoelt dat ik vrienden had ?'־

״Vrienden!" Hij haalde de schouders op, ״je weet wel dat ik in ״vriendschap" en in 't bijzonder in jouw ״vriendschappen" niet zoo hard geloof. Ik bedoel, dat je mij als oud vuil links hebt laten liggen —, dat je eiken aap van een jongen voortrok boven mij.''

״Dat deed ik niet —, dat deed ik nooit —, misschien alleen in den allereersten tijd, toen.,."

"... toen je bij dien meneer Van Oord, dien vlerk, niet was weg te slaan."

„En toen jij er, zooals je het noemde „een stokje voor stak'' —, wat wilde je toen eigenlijk bereiken ? Zeg me dat nu eens, eerlijk en ronduit. Meende je werkelijk, dat dat de manier was om mij te winnen en te behouden ? Meende je dat toen?"

„Wat ik toen „meende" dat weet ik niet meer —׳, en wat ik nu „meen" dat is alleen, dat we weer met twee beenen in de bombast zitten en in het debat, ]ij bent een klappei hoor! Je moet met een stalletje gaan staan dat heb ik je trouwens meer gezegd —, maar ik voel nu eenmaal niet voor zooveel woorden. En alles alleen om de gewichtige vraag, of je vanavond al dan niet naar de Ruyssenaers zou gaan. Je permitteert, dat ik het belachelijk vind?"

„Het was niet naar aanleiding daarvan. Maar jij zei, dat ik.. .״

Hij drukte de handen tegen de ooren. „In vredes naam, geen herhalingen, spaar me dat tenminste. Eerst een vervelend gesprek en dan een vervelende recapitulatie! Kunnen we gaan eten? Waar zit de jongen toch?"

Ina dwong zich tot een rustig antwoord.

„Hij is uit spelen ׳—, bij een kind uit zijn klas. Ze zouden hem zelf terugbrengen —, hij zal zoo meteen wel komen. Ik kan intusschen nog even naar de' keuken gaan,"

Ze stond op, ging niet naar de keuken, maar rechtstreeks naar boven, om alleen te zijn en zich te bezinnen en rust te vinden —, haar hoofd gloeide, haar keel voelde als rauw van dorre tranen, ze zag nergens uitkomst, een doffe wanhoop hield haar hart bevangen. Boven was het grijskoud —. October, door de open balkondèuren woei de vale, vochtige wind naar binnen, de ramen waren mistig beslagen, een weggewaaid blad zat met een tip aan de ruit gekleefd en trilde —, gedachteloos bevrijdde Ina het, terwijl ze langs het bed heen naar het raam liep. Ze keek even naar het bed, het was zoo kil en wit en gladgespreid, het stootte haar af

.191

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.