Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



nadat je je jaren lang van mij vervreemd hebt en voortdurend blijft vervreemden."

„Dat is niet mijn schuld," zie Ina schor, „ik heb aan je׳ gehangen in het begin ■—, nooit gaf ik zooveel om iemand dan om jou, dat weet je, dat ik alles voor je over had, dat ik aan niets meer dacht, toen ik jou eenmaal kende, dat ik tegen je opzag, dat ik in je geloofde____"

„Jawel, precies even onmatig en onbekookt was je in dat idealiseeren als in je heele overige doen en laten."

„Daar gaat het niet om — je dwaalt af, ik zeg alleen: dat ik van je hield en dat ik het ellendig vind dat het zoo tusschen ons loopen moest. Maar je hebt nooit eenig belang in mijn innerlijk leven, in mijn echte leven gesteld. Ik kon mijzelf niet zijn, hier bij jou."

„Dat zal dan wel aan „je-zelf" gelegen hebben —, ik dacht tenminste altijd, dat het eene individu het andere onmogelijk v kan beletten „zichzelf" te zijn."

„Wat je daar nu zegt, is zoo door en door zinneloos zoo volkomen dom en bot. Natuurlijk kan van twee menschen die samenleven de een de ander wèl verhinderen „zichzelf" te zijn. Vooral als die „ander" een vrouw is. Zie je dat werkelijk niet in?"

„Absoluut niet —, maar ik ben onmiddellijk bereid je gelijk te geven. En je bij voorbaat gelijk te geven op alles wat je nog van plan bent te zeggen. Mooier kan ik het niet maken — en daarom is het je toch maar te doen."

Ze dwong zich tot kalmte. .

„Wou je dan zeggen, Egbert — in ernst vraag ik het je — wou je dan zeggen, dat je wel ooit eenige moeite hebt gedaan, iets van mij te begrijpen?"

„Iets van je te begrijpen,'' herhaalde hij met wrevelen, wrangen nadruk, „ik dacht dat je zoo langzaam aan te oud en te „groot" werd voor die kostschool-meisjesklacht. Je moest die groote woorden eens thuis laten —׳, als ik je een raad mag geven. Een beetje op den beganen grond blijven, dat zal je genietbaarheid ten goede komen."

„En zoo durf jij te spreken — tégen mij?" zei ze heesch.

„Tegen jou! Wie ben jij eigenlijk? Je hebt hoogmoedswaan, mensch. Hou je hoofd onder den waterkraan, 't zal je verkwikken."

„Waarom behandel je mij zoo, Egbert?"

„Waarom behandel jij mij zool Je rekent altijd naar je toe. Je ziet altijd het tekort dat je lijdt —, en nooit het tekort dat je mij hebt gedaan!"

.190

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.