Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



״Ik drukte mij niet duidelijk uit," zei hij rustig, zonder eenigen opzettelijken nadruk, ״ik bedoel voor mij in riiijn huwelijk en voor jou in jé eigen huwelijk.''

Ze kon geen geluid uitbrengen , in haar gloeide de vrees en de schaamte, dat ze zich misschien verraden had. Maar wellicht ook was het hem ontgaan, hij had niets laten blijken. Of toch wel?

״Ik bedoel, dat ״trouw'' nog iets meer kan zijn dan zelfzucht en vrees voor praatjes —, de trouw die we onszelf opleggen. Je hebt Charley en mij nu van je huwelijk verteld —, ik mag er dus wel vrij-uit over spreken, nietwaar? Je hebt het zoo vaak over de ״wroeging" die je voelt tegenover je man, om het ״onrecht'' dat je hem doet ׳—, en dat je die gevoelens hebt tegen beter weten in. Ik geloof dat er eenvoudig sprake is van onvrêe met jezelf, omdat je niet in staat bent geweest te verwerkelijken wat je je voorgenomen hebt, indertijd, toen je van Egbert ging houden. Je bent natuurlijk ook aan hem gehecht en je voelt meelijden — meer dan redelijk, meer dan noodig is — het is moeilijk jezelf terug te nemen, als je je eens hebt gegeven — nietwaar? Het is als de scheeve vouw in dat blad papier daar —, het kan je spijten, dat zij erin is, maar je krijgt haar er nooit meer heelemaal uit. Zoo redeloos nu een dergelijke ״slaafschheid van het gemoed" is ׳—, vaak voel ik er toch juist daarom iets heel geheimzinnigs en verhevens in, als in natuurwetten. En toch —, dat is de hoofdzaak niet —, de hoofdzaak ligt in jezelf, de hoofdzaak ben jezelf. Weet je wel, hoe we voor een poos, op èen avond-wandeling met ons drieën over het ״heimwee naar de eeuwigheid" spraken ? En hoe Charley toen zei, dat dit verlangen om iets van Eeuwigheid, Goddelijkheid, Onsterfelijkheid in ons zelf te verwerkelijken, zich heeft omgezet in afkeer van het grillige, van redelooze" verandering, in behoefte aan voortzetting, ״orde" en ״regel" in den hoogeren zin —, hoe we uit dien afkeer tegen het al te vluchtige en onregelmatige en wisselende, het om zoo te zeggen al te ״sterfelijke'', onze ״beginselen" hebben opgebouwd, onze moraal, godsdienst — alle dingen van vastheid, waardoor we ons tegen de redeloosheid en onvastheid van ons eigen zinnelijk drijven verweren en eraan ontkomen kunnen —, omdat we onze eigen redeloosheid en zinloosheid niet altijd verdragen ׳—, omdat het Onsterfelijke in ons ze uit alle macht afwijst —, en naar iets van blijvenden aard en regelmaat zoekt ׳— om zichzelf uit te drukken, weet je nog, herinner je je nog dat gesprek?"

.186

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.