Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



ik in hem opging —, ben ik dan voor mijn genoegen ongelukkig geworden, heb ik dan voor mijn genoegen een slechten naam — dat had hij zich ook eens moeten afvragen —, de hemel weet hoe bitter ik die draag, hoe weinig onverschillig ik ben voor wat ״de menschen" zeggen. Ik weet, dat het klein is."

״Nonsens," weerlegde Charley, ״het is niet klein. Iedereen geeft om ״de menschen". Maar het hoort er nu eenmaal bij om het te ontkennen en ״klein" te noemen."

״Ik ontken het niet. O, Charley, hij had zoo'n mooie kans, ik begon toch met hem lief te hebben ׳—, en ik wilde zelf toch ook graag gelukkig zijn," haar stem brak en ze zweeg.

״Hier in huis, hier bij Hugo en jou, hier leef ik op. Thuis bij Egbert, heb ik wel dagen gehad, dat ik mijzelf om mijn tobben voor idioot, voor volslagen onnoozel hield. Als iemand dag aan dag zijn schouders ophaalt voor wat je zegt, dan komt het zoover. Dan hield ik mijzelf voor, dat ik altijd goed kon leeren op school, dan dacht ik aan het begin van ״Faust", aan zijn tobben, dan zei ik mijzelf, dat zelfverzekerdheid toch geen hoogheid kon wezen — tot zulken onnoozelen onzin verviel ik, in mijn radeloosheid —, omdat ik altijd aan mijzelf twijfel, omdat ik altijd den invloed onderga van zijn aplomb. Ik durf het bijna niet zeggen: ik heb mij nooit heelemaaal van hem vrijgemaakt, nu nog niet, nu ik hem zie zooals hij is. Als 'hij mij maar lang genoeg vertelt, dat ik mijn moeder heb vergiftigd, dan zal ik eindigen met hem te gelooven. Kind —, mijn aandeel van de ״vrouwenkwestie" is zoo wanhopig ingewikkeld. Want het gaat voor mij nooit om ״recht" ׳—, maar om liefde —, en liefde is vereering — ik ben zoo hopeloos ouderwetsch daarin — ik heb een groot woord over de ״onhoudbaarheid van het huwelijk" —, maar in mijn hart geloof ik aan ״eeuwige liefde" —, en in mijn ziel smacht ik naar ״het gelukkige gezin". En daarom, Charley, daarom ben ik tegen den toestand waarin ik mijzelf heb gebracht niet opgewassen —, omdat alles half en ontoereikend in mij is, behalve mijn bewustzijn — ik kan niet beheerschen —, en ik kan niet dulden —, ik kan niet trouw zijn, en ik krimp terug voor het formeel beleden ״overspel", ik heb een soort zonderlingen, religieusen eerbied voor het huwelijk —׳, maar ook weer niet zóó sterk, dat ik er mijn persoonlijke nooden om verzaken kan."

״Het is zoo jammer, Ina", zei Charley ״dat je jezelf altijd zoozeer voelt: de vrouw van den man. Al was Candida

.174

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.