Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



gebreken" toen afkeuren en ontslaan en daardoor op 'ton-gedachtst recht Op pensioen gekregen! Driehonderd .gulden jaarlijks! Hun huishuur bijna! Nooit had Ina het magere, ingetogen vrouwtje zóó in haar schik gezien, nooit zich in haar bijzijn zoo onbehaaglijk gevoeld. En toen het paar vertrokken was, zei ze het tegen Egbert, omdat ze zich toch ook eens tegenover iemand uitspreken wilde —, hoe afstoo-tend ze deze socialisten vond, die altijd-door smaalden op de gretige en meedoogenlooze bourgeoisie —, die er best hadden kunnen komen van hun leeraarstractement en zich nu den-koning-te-rijk voelden omdat het ze gelukt was jaarlijks drie honderd gulden in te pakken, die „de gemeenschap" dan toch ten goede hadden kunnen komen. Wat kon dat voor betere toekomstmaatschappij worden, gevormd door lieden met zulke gevoelens, met zooveel koude hebzucht bezield !"Maar Egbert haalde de schouders op.

„Ik vind, dat ze groot gelijk hebben. De tegenwoordige maatschappij is door-en-door voos en rot .—, en ik voor mij zou er ook van halen wat er van te halen is. En met een gerust geweten. In een toekomst-gemeenschap, waar om zoo te zeggen voor iedereen „open tafel" moet zijn — ja, daar ziet alles er natuurlijk heel anders uit."

„Maar Egbert —, wanneer alle menschen er zoo over denken, als die twee en als jijzelf, hoe kunnen we dan ooit tot die betere gemeenschap komen?"

„De menschen —, de menschen —, jij praat altijd over de menschen —, je schijnt te vergeten, dat „een gemeenschap" iets anders is dan „de menschen".

„Ik weet niet precies wat je bedoelt ׳—, maar er is toch, lijkt mij, geen ander materiaal om „een gemeenschap" van te maken, dan „de menschen". Of wel? Brood is natuurlijk iets anders dan meel —׳, maar je kunt van slecht meel toch geen goed brood bakken —, is het wel?"

„Die vergelijkingen!" ontweek Egbert onwillig, „in de dichterlijke beeldspraak ben ik niet thuis. Ik hou me aan de nuchtere feiteö."

„De nuchtere feiten," zei Ina zacht en heesch, „het grootste en het nuchterste feit is, dat alle menschen in hun eigen kring en op hun manier precies hetzelfde doen, wat ze anderen verwijten. En zoolang dat zoo blijft, hebben ze eenvoudig niet het recht, dien anderen iets te verwijten. Iedereen behoort toch aan zichzelf te arbeiden, om het zoo eens uit te drukken, en kan dan critiek op anderen oefenen."

„Dat beweer jij maar eeuwig en altijd —, dat ben ik

.158

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.