Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



lang, dat de glorie van het zuivere gevoel verduisterde, niets van een blijde uitkomst overliet, dat haar alles deed vergeten, voorzichtigheid en beleid als onder haar voeten vertreden, de wereld blind en koppig tarten, tot ze in beiden de zatheid had gezaaid en het einde verhaast....

Haar denken vervlood in zwak gemijmer, haar geest was tobbénsmoede van de laatste maanden, bleekdronken door het immer vruchteloos rondzwaaien in dezelfde gedachten-kringen, in dezelfde nauwten van twijfel en vertwijfeling —, ze wist niet langer, wat ze verwachtte en wenschte, en niet eens of ze nog wenschen en verlangens had, noch voor de toekomst, noch voor het oogenblik, Ze kwam, aan den buitenrand van de stad, langs een half-landelijke herberg met een glasveranda, en plotseling bekroop haar de lust daarbinnen te gaan, in eenzaamheid wat te rusten en tot bezinning te komen. Ze had daar vroeger eens met Egbert gezeten, een bladstillen herfstmiddag, toen de zon scheen met wind door de boomen, die levenszat hun laatste loover strooiden, mat en gelukkig hadden haar oogen gestaard naar den blauwen rook van zijn sigaar, terwijl haar hoofd tegen zijn schouder lag.

Nu stond de grauwe gevel naakt en kantig tegen de grijze lucht, in den tuin lag alles verdord en rot, als om nooit weer te leven, maar binnen was warmte en ze zette zich aan de bruine tafel in den hoek. waar ze met Egbert dien dag, zes jaar terug, had gegeten. Ze bleef stil, haar oogen staarden strak het venster uit, maar het was H als rees geluidloos in haar een golf van tranen hoog en hooger, haar hart opduwend tegen haar keel —, tranen van weemoed en onzekerheid en eenzaamheid, van onverklaarbaar verlangen, ontastbaar leed, dat elke grens overschrijdt en eiken naam te boven gaat —, dan zonk de golf weer en effende zich als tot een grijze zee van lichtlooze verwondering, waarom dit alles zoo was geloopen en hoe wonderlijk en ondoorgrondelijk leven Was, haar leven, elks leven ׳—, het scheen zoo klankloos en mat, zoo zonder uitzicht of vertroosting, langzaam verpletterend met eeuwig om zich zelve wentelende zinledigheid.

Plotseling ving haar starende blik de gestalten van twee menschen, die over het besneeuwde pad snel naderbij kwamen—, een man en een vrouw in autokleeding —, in haar dolend en verzwakt bewustzijn begon een herinnering te gloren, maar pas nadat hij haar, lachend met een zwaai van zijn hoed, had toegegroet, herkende ze Paul van Oord.

Hij overlegde een oogwenk fluisterend met zijn gezellin,

.153

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.