Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



versmoorde snikken, het hart jammerend in wanhoop —, tot ze bij het hek Otto in de armen liep. Hij vroeg haar verschrikt wat haar deerde en wilde haar met zich mee terug het huis weer binnenvoeren, maar ze verzette zich heftig.

״Nooit meer, Otto —׳, nooit meer'kom ik in je huis —, als je mij wilt zien, kóm dan bij mij. Als je mij tenminste niet zoo laag en gemeen vindt als de anderen mij vinden. Vind je dat, Otto?"

״Waarom vraag je mij naar dingen die je beter weet? Dat ze over je spreken, als over een slechte vrouw, als over een vrouw zonder zeden en zonder gemoed, dat vind ik ellendig, voor Egbert .— hij is toch een beste kerel, nietwaar? — en voor jou ook."

״Spreek er niet over," smeekte Ina gesmoord, met neergeslagen oogen, ״ik kan het niet hooren. Ik vraag je wat jij van me vindt. Vind jij mij slecht, vind jij mij minder dan je vrouw, dan Annie?"

״Kindje, kindje, wat maak jij je eigen leven moeilijk —־, en jezelf ellendig." Ze stonden dicht bijeen voor het tuinhek onder de vale sneeuwhemel, hij lei den arm om haar schouders, zijn oogen stonden vol tranen.

״Jij zou toch ook wel niet, als je mijn broer niet was, graag met mij getrouwd willen zijn!" trachtte ze te schertsen.

Hij ging op dien toon niet in.

״Je bent moeilijk, Ina ׳—, maar soms, soms denk ik, dat ik om alles in de wereld getrouwd zou willen wezen met een vrouw, die tenminste in staat was om van iemand te houden, om lief te hebben —, al was ik het dan niet altijd in de eerste plaats," een zucht» die een snik scheen, scheurde zich uit zijn borst naar boven, zijn mond stond smartelijk, hij tuurde peinzend in de verte en scheen Ina vergeten. In haar was het zelfbeklag op slag verdrongen door het zuiver meegevoel met hem, het had haar ineens van de prangende, hartbenauwende drift verlost, het was, alsof ze in zijn smart haar eigene overgestort en verloren had ׳—, nu ze van hem heenging, voelde ze zich verlost, verheven, als verklaard—, haar wrange wraakgedachten waren vervloden. Maar terwijl ze den weg insloeg naar haar huis toe, trok die kortstondige, zachte vervoering weer uit haar weg, eng snoerde het gekrenkte Zelf om haar tezamen en, nu ze weer alleen was met dat Zelf, vond haar de herdenking aan wat zooeven was voorgevallen, opnieuw bereid. Ze dacht aan het woord, dat Coba haar in het gezicht had gespuwd —, het haakte als een gifpunt in haar ziel —, klonk zoo onduldbaar vernederend,

.151

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.