Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



kwam alleen om Josefine ten eten te vragen en dat kun jij eigenlijk evengoed doen."

Maar juist kwam Josefine binnen, ze liep blij naar Inatoe en kuste haar. Ze was slapper en smaller dan vroeger, met haar blauwe oogen, een verflenst, ouwelijk kind.

„Ga je nu juist weg, nu ik binnenkom?"

„O, ik kan hier uitnemend gemist worden," zei Inaraden hoog en terwijl ze sprak voelde ze dat ze dom deed, met zich in haar spijt en haar teleurstelling bloot te geven, met haar zwakheid te toonen en haar hartsbehoefte aan hen, die daarvan als altijd weer misbruik zouden maken, maar ze sprak toch door, met moeite het zenuwtrekken om haar mond bedwingend: „ik heb het bij de geachte aanwezigen hier blijkbaar voor heden en hiernamaals verkorven. Kijk maar eens naar die welwillende gezichten."

Josefine staarde hulpeloos vragend van de een naar de ander.

„Ina deed beter, als ze haar mond hield —, en ons den mond niet openbrak," zei Annie kwaad, „maar als ze zoo'n behoefte aan openhartigheid heeft, en als ze met alle geweld wil dat jij weet, waarom wij haar zoo vriendelijk ontvangen, vraag haar dan maar eens, waarom Caroline Ramondt hier de laatste maanden telkens heeft zitten huilen, waarom ze met haar kinderen heeft willen verhuizen, waarom..."

„Die?" riep Ina, bevend van drift, met trillende lippen, „kan die nog huilen ? Dat is een ontdekking ! Tranen uit dat bonk ongare brood? Daar had je mij bij moeten roepen, dat had ik willen zien!"

„Je verbeeldt je, geloof ik, dat je heel wat meer bent dan mevrouw Ramondt, omdat je haar man op je verliefd hebt gemaakt met je opdringerige kunsten. Een armzalig klein handigheidje, beste kind, dat iedere vrouw wel kan —, maar waar een fatsoenlijke vrouw zich te goed voor acht." . „Zou je werkelijk denken?" hoonde Ina, zich oprichtend met een blik op Mary en op de leelijke Coba, „dat iedere vrouw dat kan?"

Coba werd vlammend rood.

„Weet je, wat ik jou vind —׳, met al je mooie praatjes, die ik nog van vroeger ken ׳—, wil ik jé dat nu eens eerlijk zeggen: je bent een leelijke, gemeene egoïst. Wat je tegenover je eigen man doet, dien je ongelukkig maakt, dien je belachelijk maakt ׳—, dat moet je zelf weten, en hoe je het voor je kind verantwoordt, dat is ook je eigen zaak —, maar dat je een andere vrouw haar man afneemt, en heele-maal aan het geluk van die andere dan maar niet denkt, dat

.149

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.