״Herinner je je dat . . , haar thuiskomen . . . ., en dat
haar man haar niet dadelijk voluit gelooft.....dat hij in
nuchtere redeneering vervalt, mogelijkheden wikt? Dat is het ondraaglijke voor haar, zoo heb ik het altijd gevoeld. Hij had in wat ze zei moeten gelooven, al had hij het tegendeel gezien."
״Ad absurdum," zei hij glimlachend.
״Ad absurdum," riep Ina , het klonk als een wapenkreet.
״Zoo vraag ik het ook —, en anders niet."
Hij keek haar aan ׳—, hij was bleek, maar zijn oogen lichtten —, ze voelde, dat ze hem nu zeker en blijvend had bekoord en gewonnen. Het oude bestaan en de oude zwakheid vielen van haar af — aan een toekomst dacht ze niet —, naast haar ging hij, die ״ad absurdum" in haar gelooven wilde. Het scheen, alsof ze naar dat alleen altijd had gereikt en het leven zich in volkomen harmonie en zoete zorgeloosheid en stilte om haar heenvlijde, haar veilig omsloot, nu ze dat had gewonnen.
״Het regent," zei ze plotseling verrast.
״Het regent al voortdurend," zei hij, ״al van dat we uitgingen bijna. Heb je niets bemerkt?"
״Geen vermoeden gehad. Straks, toen ik langs mijn voorhoofd streek, toen dacht ik wel even: wat is het nat, maar verder . . . ."
Hij lachte stil, Ina voelde dat ze hem gevleid had.
Toen begon van uit de diepten onder haar vreugde, een ontsteltenis in haar op te rijzen: Egbert en thuis!
„Ik moet naar huis," zei ze benepen, „wat zijn we ver."
Hij bracht haar naar de dichtstbijzijnde tram, ze beloofden elkander dat ze schrijven zouden. Maar naarmate Ina, nu alleen, dichter naar huis toe kwam, werd haar vreugde verdrongen door een valen angst voor wat volgen moest, het rustver-storende, onteerende twisten. Maar Egbert was uitgegaan en ze at alleen met haar kind.
Ze hadden in Geerte's bijzijn getwist —, Egbert was als altijd kalm gebleven, Ina was driftig geweest en had geschreid —, Geerte zat vijandig in de stilte, met hard-glan-zende oogen, genepen mond, boos-roode wangen —׳, Ina yoelde dat ze op Egberts hand was en dat ze nu beiden, elk op eigen manier, tegen haar waren. Het maakte haar droevig en benauwd. Ze had wel graag die sfeer van ge
.143