Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



hij kon haar van die gedachte niet afbrengen en moest dus droeviglijk berusten. Ina had van het heele vertelsel, zooals haar broer het haar overbracht, geen woord geloofd —, Annie met haar tergende koelbloedigheid en haar forsche gestalte, Annie zou bang zijn een kind te krijgen! Neen, ze was er eenvoudig te vadsig en te zelfzuchtig voor, bang om dik te worden, waartoe ze den aanleg had, bang om in beslag genomen te worden door andere dan zelfzuchtige zorgen. Maar ze had niets losgelaten van wat ze dacht en Otto hechtte zich meer en meer aan haar eigen kind. Dien middag aan tafel hadden Egbert en hij haar geplaagd met haar hulpeloosheid en gemis aan tegenwoordigheid van geest.

״Ze zou het huis rondom zich laten afbranden en van schrik vergeten weg te loopen," hield Egbert vol ׳— en zij had gelachen, het zich laten zeggen en dankbaar naar hem opgezien en gezegd, dat ze vertrouwde, dat hij haar dan wel zou komen redden —, maar hij had schertsend haar gewaarschuwd: ״daar moest ze het vooral niet op laten aankomen." En de dagen waren omgegaan in het gemeenschappelijk zorgen voor het kind, dat verbonden in bed moest blijven en weer had Ina, als vroeger, heimelijk bijna ge-wenscht, dat er nog eens meer zoo iets mocht gebeuren, dat Egbert nog eens ziek zou worden of zij zelf, om die faalfgedempte atmosfeer van eensgezinde innigheid, dat gevoel van saamhoorigheid, zonder gedachte of overweging, dat haar wezen zoo lief was, te houden. Ze had zich, den dag na hun laatsten feilen twist opnieuw weer voorgenomen, dat zij nu van haar kant iedere stoornis en twist zou vermijden en hem niet spreken over de dingen, die blijkbaar zijn wrevel opwekten en hem prikkelden tot verzet.

Haar boek was voltooid —ze hadden in verband daarmee nu alleen nog maar over uitgevers en bandteekeningen gesproken. Het kon nu gauw verschijnen, doch ze moest hem dan maar liever niet zijn oordeel vragen —, na wat hij gezegd had, kon van waardeering toch geen sprake meer zijn. Hij waardeerde immers in 't algemeen zoo weinig ׳—, wat was natuurlijker en redelijker dan dat hij haar werk nu ook niet waardeerde? Ja, er waren wel mannen die blindelings bewonderden wat hun vrouwen deden, zelfs al was het van minder gehalte dan wat zij deed —, doch zoo stond hij nu eenmaal niet tegenover haar —, dat was niet in zijn natuur, dat had ze altijd geweten, daarin had hij haar nooit misleid. En een eerlijk beleden onverschilligheid, al voelde ze die vaak als afkeer tegen haar geestesstaat —, bleef ver

.126

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.