Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



had. Dat was zoo vernederend, zoo kwellend en het maakte alle opwinding, drift en verzet in het herdenken zoo nietig en bitter belachelijk. Ze moest het zich wel belijden, ze kon immers toch een leven zooals ze het dien heelen zomer had geleid op den langen duur niet aan, met haar weekheid en bewustheid, haar mededoogen en zelfbeklag —, het was haar boven het hoofd gegroeid, het had haar niet veel meer dan onvree en verwarring opgeleverd, haar tot verbergen en veinzen en liegen gedwongen. Als ze samen met den jongen naar buiten waren en andere ouders met een jong kindje ontmoetten die het hunne tegenlachten of soms een gesprek trachtten te beginnen —, voelde ze in een schrijnende spijt de tegenstelling tusschen het echte geluk van die anderen en hun eigen schijngeluk. Dan durfde ze Egbert niet in de oogen kijken. Dit alles was uit, het veinzen, liegen, verbergen overbodig, en zijzelf verlost van alle wroeging toen haar verhouding met Paul verbroken was. En het verbreken had haar weinig smart gekost .—, ze durfde het zich langen tijd niet bekennen, doch het bleek meer en meer de waarheid, het vuur was uitgedoofd ׳—, de vervoering was heen —, ze vergat Paul zoo schielijk dat het "haar ontstelde. Uitgedoofd —, vervlogen —, dus nooit geweest —, en zij-zelf oppervlakkig en lichtzinnig, vol ijdelen waan en voos zelfbedrog. Precies zooals Egbert het gezegd had. Moest hij dan altijd gelijk hebben, alles vooruit weten en raden? Die erkenning was zoo bitter, dat ze wrok in haar bloed tegen Egbert had gekweekt —, en ze hem langen tijd koel bejegenen bleef om hem te doen denken dat ze als een hond de hand zou lekken, die haar geslagen had.

Als ze eraan dacht, nu nog ׳—, voelde ze zich opstandig, trok een ondraaglijke onrust door haar lijf —, ze wendde zich om met een ruk op de bank en beproefde haar gedachten op iets anders te bepalen.

„Kan je het nogal stellen daar?"

Egberts stem schrok haar Op —, ineens zat ze overeind en voelde de behoefté wat met hem te praten.

„Egbert, raad eens, wie ik vandaag op bezoek heb gehad ?"

„Ken ik de of den gelukkige?"

„Neen, en je moet ook niet raden „wie," maar wat!"

„Een .... reiziger-in-knoopsgaten ?"

„Bijna zoo iets —, een uitgever. Ja, daar zit je van te kijken. Ik zat er ook van te kijken. Hoe hij erachter was gekomen, dat ik aan een boek bezig ben —, maar hij was er achter gekomen, en nu . . ."

118

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.