Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



pere opmerkingen. Ze had het nauwelijks gewaagd, de tafel met bloemen te sieren en een feestelijke japon aan te trekken. Paul was allerinnemendst geweest, en Egbert merkbaar koel —, na Pauls vertrek had ze tegen haar beter verstand in Egberts oordeel over hem gevraagd.

״Nogal een kwast," had Egbert achteloos geantwoord, ״maar wel volkomen in stijl met zijn witte orchideeën en zijn Latijnsche rijmelarij —, dat moet ik erkennen." Ze had zich bedwongen, maar was toch in kalme bewoordingen tegen die plompe geringschatting opgekomen; Egbert had alleen de schouders opgehaald.

״Ja, dat je verliefd op hem bent, dat is nu al wel zoo klaar als een klontje —, en dat je je aan hem opdringt, dat is ook duidelijk genoeg en dat zal hij zelf ook wel bemerkt hebben ׳—, vandaar de bloemetjes en de klassieke voor-de-mal-houderij. Of meen je soms, dat hij een andere, fatsoenlijke, getrouwde vrouw, als hij haar nog geen week kende en zelfs nog niet aan haar man was voorgesteld met die nonsens had durven aankomen?"

Alles herinnerde ze zich van dat gesprek. Het schamper verwijten van wat het vorig jaar op het feest was voorgevallen, van haar zotte ijdelheid, die met de grofste vleierij genoegen nam —׳, de herhaalde betuiging, dat zij natuurlijk doen kon wat ze verkoos, als ze hem er maar buiten liet —, als hij ״dien jongen" maar niet meer in zijn huis behoefde te zien!

En hoe zonderling, dat ze, nadat de eerste drift was gezakt, het gevoel niet van zich af had kunnen zetten, als was Egbert in zijn volle recht geweest, zoo tot haar te spreken —,en toen Paul, den eersten keer dat ze hem na dien keer weer zag, hatelijk over Egbert wilde uitvallen, had ze Egbert verdedigd met zooveel warmte, dat Paul ontstemd gezwegen had en dat hun samenzijn van dien dag er onherroepelijk door was verstoord. Egbert had recht op haar, dat stond vast ׳—, en van Pauls rechten wilde haar gevoel nimmer iets weten, hoe vaak de nuchtere billijkheid haar die ook voorhield. Aan Egbert was ze door hun verleden, het kind dat van hen samen was, de gemeenschappelijke zorgen, het gemeenschappelijk leven verbonden. Hoe ze ook als ze samen waren tegen hem opstaan en razen mocht, tegenover anderen verloochende ze hem niet, en ze klaagde minder dan tot haar eigen rechtvaardiging geoorloofd zou zijn geweest.

Van haar omgang met Paul had ze zich een voortdurende ׳ er! blijde verheffing gedroomd, boven het benepen dageiijksch

110

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.