״En maakte ik zoo'n slechten indruk op u?" ״Integendeel," bekende ze spontaan, ״maar mijn indrukken, en juist mijn eerste indrukken, die beteekenen niet zoo heel veel. Ik vind bijna elkeen aantrekkelijk, dien ik pas leer kennen. En ik idealiseer dadelijk en dat is zoo lastig, want dan moet ik daarna weer terugkrabbelen." ״Waarom doet u dat dan?" ״Omdat ik het niet laten kan, heel eenvoudig." ״Het is in elk geval bijzonder sympathiek." Ina bloosde fel. Zoo zoet en effen, met een glimlach en een zwak-ironisch knakje in zijn stem had hij dat gezegd. ״Ik geloof niet, dat u goed weet wat ik bedoel. Het is heelemaal geen deugd of edelaardigheid of iets van dien aard. Het beteekent eenvoudig, dat ik mij alles van de wereld, van de menschen voorstel, zooals ik het graag hebben wou, zooals ik het aangenaam en gemakkelijk zou vinden, en redelijk. Soms wordt dat bijzonder belachelijk. Toen ik nog maar kort getrouwd was, ben ik eens met mijn man op reis geweest. We kwamen in een coupé terecht bij een meneer van een vijfendertig jaar denk ik, interessant bleek, een beetje hoog in de schouders, met bruine oogen en zoo'n vlassig baardje .—, minstens een dichter, dacht ik, in elk geval iets zeer verhevens en mogelijk wel tragisch ook. De reis leek me ineens veel interessanter — ik houd niet zoo heel veel van reizen om het reizen, zie je — en ik was heel nieuwsgierig wie en wat hij kon zijn. Op het laatste oogenblik kwam een vriend ons nog even de hand geven en een paar prachtige perziken brengen voor mij .—, mijn man geeft er niet om. Toen we een poosje onderweg waren begon ik er een op te eten ׳-׳, de andere lei in mijn schoot, ik zag dat mijn interressante dichter ernaar keek. Onmiddellijk bood ik hem de perzik aan ...."
„Dat was inderdaad héél lief van u."
„Ik deed het dan ook, opdat hij mij heel lief vinden zou."
„Stelt u daar zoo'n prijs op?"
„Bijzonder."
Hij glimlachte en ze keken elkaar even aan. „Vertel nu verder."
„Ik bood hem die perzik aan — en mijn man lachte mij uit en ik was boos, want hij lacht wat te gauw om die dingen ׳—, maar gewoonlijk heeft hij gelijk en nu had hij ook gelijk. Mijn tragisch genie scheen wel even verwonderd, maar toen nam hij de perzik aan en of hij nu dacht dat we zoo dolgraag een beetje met hem praten wilden ׳— zoo zal
96