100
en in werkelijkheid doen ze juist alles om te zorgen, dat je je niet opwerkt, om het je moeilijk te maken, in werkelijkheid vragen ze alleen naar je stand, naar je geld —, en dan met hun mond vol over fatsoen en deugd —, vragen ze nog niet eens hoe je komt aan je geld/’
„Om „oprecht” te zijn in den zin, dien jij bedoelt —, daarvoor is meer karakter noodig dan de meeste menschen bezitten. Ze hebben werkelijk niet zoo heel veel karakter, de menschen —, maar ze zijn ook niet zoo wreed en boosaardig, als het jou nu toeschijnt —, ze zijn verblind door hun opvoeding en hartstochtelijk gehecht aan het verschil dat door hun maatschappelijke positie is geschapen tusschen hen en jou-en-mij, Voel je wel? Dat verschil is immers hun heele glorie, hun eenige grootheid, hun heele persoonlijkheid, Zoodra ze werkelijk persoonlijkheden worden en er tusschen hen en de groote massa een ander onderscheid bestaat dan dat van geld en stand —, dan voelen ze zelf het poovere van „standtrots” en laten dien heelemaal of gedeeltelijk los —, je merkt het dadelijk aan artisten, aan knappe menschen, ook wel aan oudere menschen, die veel ondervonden hebben —; vrouwen hebben het daarom ook veel sterker dan mannen. Denk toch niet, dat die menschen zelf zoo bijzonder fier en trotsch zijn. Als ze morgen aan het Hof kunnen komen —, verlangen ze niets liever dan voor hun heele verder leven het naamlooze „gevolg” van iemand anders te zijn. Is dat fierheid, is dat