93
heid bijeen: wat ze al weken vreesden, was waarheid geworden, ook oom Jozef wilde gaan trouwen, De verloving was er nog wel niet door — de vader van het meisje hield een winkel en was dus eigenlijk hun meerdere in stand — maar het zou er toch stellig van komen. En weer voelde Ben, sprakeloos aanschikkend, hoe hij als een last op de anderen woog, niets inbracht en nog kostte —, omdat hij zwemmen moest en eieren eten, Hij keek ze halfbewust onderzoekend in de oogen, tot het kleine, vroegwijze Saartje van negen jaar toe —; dachten ze nu heimelijk allemaal hetzelfde van hem dat hij van zichzelf dacht?
„Jullie vergeet, dat ik misschien gauw dertig gulden in de maand ga verdienen/'
„Voor zoolang als 't duurt", zei Bekkie, ouwelijk-snibbig,
„Natuurlijk voor zoolang als 't duurt”, gaf Ben scherp terug —, het vlotte nog steeds niet tusschen hem en Bekkie, Maar zijn woorden hadden vader en moeder toch opgefleurd —, en oom Jozef herhaalde ze met een geforceerde blijmoedigheid —, zoo goed als indertijd tante Rebecca voelde hij dat zijn huwelijk het gezin, waaraan hij was gehecht, alweer be-rooien zou,
„Vandaag te beginnen, brengt Bennie onbeschrieën alle dagen een zilveren gulden thuis. Omein wie-omein!”
Ben zei niets meer, ging na het broodeten naar