83
er wel zelf geheel en al boven verheven, of verbergt hij, die toch ook van nederige afkomst is, dezelfde gevoelens diep in zich, omdat hij ook er zich voor schaamt —, en spelen we nu komedie voor elkaar, nu en voortdurend?
Het denken ontroerde hem, hij kreeg ineens lust, bij den ouden man zijn hart uit te storten en van den ander belijdenissen uitlokkend, zich met hem in dezelfde beschaming te vereenzelvigen.
Even maar, toen leek het hem een zinnelooze en dwaze inbeelding en hij ontstelde bij de gedachte aan wat meester Becker wel van zijn zonderlinge mede-deelingen en vragen zou hebben gedacht. Ze liepen in het tuintje, op het klinkerpaadje tusschen de veranda en de rij veelkleurig bloeiende dalia’s —, en Bens hand streek iedermaal als hij aan dien kant liep, half onwillekeurig langs het als vochtige, koele loof, De vrede van den zoeten nevelen herfstschemer lag om het huis, het kikkergezang was verstomd, slechts hier en daar nog zong een vogel, de afgeloopen dag was zomersch warm geweest, maar de avonden brokkelden gestadig af en werden merkbaar koeler,
„Ik vind het zoo aardig van u —, ik ben zoo blij, dat u mij juist hebt aanbevolen,”
„Een leeraar zou het er niet voor willen doen —, een leeraar is ook in dit geval niet noodig, jij bent er voor geknipt. Je lijkt ouder dan je zestien jaar je vind het niet erg dat ik het zeg? — je bent kalm* je hebt geduld.,.