78
ze eindelijk kreeg, en de heugenis ietwat kwijt, zijn tegenzin te boven kwam.
Langzaam aan kwam er nu eenige welvaart in huis en een ongekende orde door Bekkie’s bemoeien, die bij moeder doorzette wat ze wilde en bij vader ook meer dan in den aanvang, nu hij er zelf behagen in begon te vinden. De kozijnen werden van binnen en van buiten geschilderd, en kwamen nieuwe gordijnen en nieuw behang en Ben kreeg een petroleumkacheltje op zijn kamertje, dat oom Jozef had geruild voor een partijtje beschadigde kant. Uit vaders voorraad pikte hij vaak een boek — een „Faust” in onleesbaar-kleine uitgave, Duitsche Shakespeare-ver-talingen, Vondel en de klassieken, die hij naarstig las en probeerde te begrijpen, maar waarvan hem toch ook streelde de glans van voornaamheid en geleerdheid, welke ze aan zijn kamertje verleenden. Meester Becker had hem boekbinden geleerd — met veel moeite had hij zich eigen gemaakt, wat den ander niet meer dan een handomdraaien kostte, hij was in geen enkele handvaardigheid bedreven en voelde zich belachelijk en stumperig met zijn „twee linkerhanden” —, maar nu stond er dan toch op de bovenste plank van zijn kastje een heel rijtje nette, bruine ruggen en wanneer hij ’s avonds op zijn kamertje zat te werken, vermeide hij zich in de illusie, dat hij nu meer dan te voren tot „de anderen” behoorde. Hij was nu vijftien en zat in de vierde —; meer dan vier jaar was het al geleden sinds hij de favus«kap droeg, sinds hij bij den