77
dat hem op geen enkele manier bestond „oom" genoemd — voortaan zou hij geen weekmarkten in dorpen meer bezoeken, maar in Amsterdam zaken blijven doen met een ander familielid samen, Hij was het al lang van plan geweest, maar had het zonde gevonden, zoo’n beste plaats op de weekmarkt, die zoo den loop had en flink opleverde te laten ver-loopen —, nu stelde hij op Rebecca’s aandringen oom Jozef voor, dat die de zaak zou aanhouden, het heele boeltje, zooals het treilde en zeilde, en dat ze de winst in billijke parten zouden verdeelen. Dankbaar nam oom Jozef aan —, in huis heerschte groote vreugde, oom Levie's stal was de netste van de heele markt, bijna een kraam, dames kwamen er koopen, kindersokjes en lappen voor kussens en zijden bloemen —, het was heel iets anders dan met ballonnen loopen, een aanzienlijke vooruitgang! Oom Levie en tante Rebecca kwamen over, ze bleven van Vrijdag tot Zondag logeeren om de zaak te bespreken —, ze brachten zooveel lekkers mee, dat er den heelen Sabbath door gesmuld werd en sliepen samen in Ben's ijzeren ledikantje, terwijl voor hem beneden op den grond een matras werd gespreid —, het was toch zomer. En dagen daarna sliep hij nog op den grond, nu boven op zijn kamertje, zonder dat iemand het wist, omdat hij rilde van zijn bed, waar oom Levie en tante Rebecca in geslapen hadden en geen mensch eraan dacht hem andere lakens te geven, die hij niet vragen dorst, die er misschien niet waren, totdat hij