74
wezen, schoon ze vroeger altijd had beweerd dat ze na den heelen dag schreeuwen en dingen en dribbelen achter haar uitstalling geen voet meer kon verzettenen met een rood hoofd zonder schoenen bleef puffen in haar stoel —, en eindelijk was ze ermee thuisgekomen, dat Levie haar goosen was —, maar het verbaasde niemand meer. Het verblijdde ook niemand bijzonder, tante Rebecca voelde het wel en ze trachtte, maar zonder veel gevolg, haar eigen overschuimende vreugde in te houden, met haar ging immers een goed deel van de inkomsten het huis uit! Bennie kostte niet veel —, hij was zuinig op zijn kleeren en verlangde niets voor zichzelf, hij ging in zijn leeren op, hij zou er wel komen, hij was in de vierde klas gekomen en sprak soms al wel half-schertsend, half in ernst van alles wat hij zou doen voor vader en moeder als ze oud zouden zijn, gekheid allemaal, luchtkasteelen, waar in elk geval nu nog niemand van eten kon —, Bekkie was van school en moest nu moeder helpen —■, ze viel mee, ze was netter op zichzelf en in haar werk geworden —, Saartje ging school —, vaders boeken-handel bracht redelijk op, oom Jozef pakte alles aan, waarmee in fatsoen een centje te verdienen viel, ze hadden geen klagen —, en wat een wonder, dat tante Rebecca, nu ze om en bij de veertig was, maar nog wat een knappe vrouw, blij toe was met haar goosen! Hij werd ontvangen, niet uitbundig, maar welwillend, een verlegen stuntel, met ros haar en ronden rug, waar niet veel meer scheen bij te zitten dan zijn duitjes en