Het Joodje

Titel
Het Joodje

Jaar
1914

Overig
1ed v2

Pagina's
258



251

„Hoe komt u aan dien brief?’*

„Van mijn zuster —van wie anders!”

„Gestolen!” gilde Ben.

De ander werd bleek en rees op. „Luister eens even, jij aap van een Jood —, ik ben hier niet gekomen om mijn handen aan je vuil te maken —■, maar een trap kan je nog    altijd aan me verdienen    —,    hou je    dat

voor gezegd.    Ik dacht eigenlijk, dat je    een    schurk was,

een soort van oplichter of nog erger —, maar ik hoef nu maar naar je te kijken, om te weten, dat je een gek bent, een verwaande, aanmatigende gek. Jij aarts-idioot, wat    heb jij je eigenlijk in je    zotten kop    gehaald? Met    mijn zuster, met Enny    —    jij —,    een

Jood, die achter de boekenstal hoort, die gek is geworden van een beetje geleerdheid en omdat er iemand notitie van hem nam —, omdat mijn moeder zoo goed was, je uit medelijden in huis te halen, speel jij nou de verleider —, jij met je fluweelen jasje — de risee van de knechts en de meiden in de keuken —, met je po-ë-zy, godbetert van een dubbeltje-de-vier, neem-maar-weg-zes, jij wou met mijn zuster, jij durfde.... Als ik denk, aan wat mogelijk was, als ik denk aan wat had kunnen gebeuren — laat ik er maar liever niet aan denken —, ik walg ervan, ik walg van de enkele gedachte aan intimiteit tusschen mijn zuster en één van jouw miserabel godsvolk, ik walg van je brieven, van je versjes, van je fluweelen jas, van je gluiperige manieren, van je..,

„Enny houdt van me”, gilde Ben opnieuw, fel-belee-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.