247
toonen, naar beneden zou halen en op de tafel neerspreiden, dan kon hij den looper en het blauwglazen ding als uit voorzichtigheid, zonder iemand te krenken, verwijderen. Haastig ging hij naar boven, zocht de ooglijkste boeken uit zijn poovere verzameling, zijn schriften, pen en inkt en kwam er de voorkamer mee binnen. Hij vond Elsje, die opschrok van zijn komen, juist bezig met het opruimen van de kunstbouquetten, die ze verving door heldergroene hulst, vol vroolijke roode bessen. Het loopertje en het blauwglazen pronk-ding had ze ook al weggenomen —, een groenlaken kleedje, met gele borduursteek)es gewerkt, door haar zelf gemaakt en voor een vriendinnetje als geschenk bestemd, lag over de tafel en verborg voor een deel het kille, bloote blad. Het koffie-goed stond al gereed, twee trommeltjes aan weerskanten van het blauw servies. Het was eigenlijk allemaal zoo gezellig en om voor zichzelf ruimschoots mee tevreden te wezen, het herinnerde hem aan meester Becker's huis, maar ofschoon hij even weer die opgolving van verteederde dankbaarheid voor Elsje had gevoeld, die onmiddellijk blozend en verward de kamer uitging, toch keek hij beklemd rondom zich, het was alles zoo weinig in overeenstemming met haar schoonheid, haar waardigheid, met de pracht, waarin ze was opgegroeid —, en hij vergat geheel en al, dat Bergsma nog wel wat meer dan twaalfhonderd gulden verdiende en het er toch niet beter van hebben kon. Het eenige plekje in huis, waar geen leelijke dingen stonden, het weinige een