243
der vorige brieven vergeten, Hoe had het hem toch zoo kunnen verontrusten? Opnieuw had hij in spanning haar antwoord gewacht, in slapelooze uren vurig hopend, dat ze hem genadig mocht zijn, dan weer in vertwijfeling schreiend om bange en duistere voorgevoelens, Haar briefje had hem eenigszins gerustgesteld, het was wel kort en lusteloos van toon —, maar ze was ziek, ze moest rust hebben. Hij mocht nu niet schrijven voor Kersttijd en zou ook van haar voor dien tijd niets hooren.
Vier bange, donkere winterweken in ellende en zware worsteling moeizaam doorgeleefd, verteerd van vrees en hoop, gesloten, als afgestompt, voor alle belangstelling, voor het heele leven, zoover het haar niet raakte —, zóó was Kerstmis, waarnaar hij als naar een lichtglans, een verlossing had uitgezien, ten leste gekomen. Meester Becker had hem voor drie dagen te gast gevraagd —, maar hij meende het zijn plicht te weigeren. Ze moest niet denken, dat hij op slinksche wijze haar gebod overtrad —, hij wilde nu edel en edelmoedig zijn. En hij voelde zich ook te bewogen, te zeer opgejaagd, voor rustige gesprekken, kalme wandelingen met zijn ouden vriend —, hij wilde evenmin naar huis, naar zijn gezin, waar hij maar zelden meer kwam, waarmee hij verzoend was, maar tegelijk onherroepelijk vervreemd, en bijna weer opnieuw in vijandschap, omdat hij had geweigerd bij het verlovingsfeest van Bekkie en Sam te zijn —, hij schreef dus? dat hij liever met Paschen wilde komen, en