Het Joodje

Titel
Het Joodje

Jaar
1914

Overig
1ed v2

Pagina's
258



203

Toch, dit allereerste — en zoo beschamende — gevoel van teleurstelling voorbij, bleef het uitzien naar den Zondagavond een onverpoosde lieve lust, Hij had Aart het tijdschriftnummer met de versjes gegeven, los-weg zeggend:

„Laat het eens aan je moeder en je zusje lezen” —, en heimelijk daarna een briefje verv/acht van haar, heimelijk zich al voorgesteld wat moeder en Bekkie wel zouden zeggen, als daar ineens een briefje voor hem kwam, een mooi, fijn briefje, met een zachten geur eraan —, maar toen het uitbleef, vond hij zijn verwachting aanmatigend —, en in dat verband zijn andere gedachten beneden elk peil armzalig en belachelijk. Dien Zondagavond was het zwoel en duister, donkere maan; Enny, gekleed in violet als van edelsteenen, zat bij de open deuren en keek in den tuin, haar gezichtje bleek en gretig, de oogen wijd open, den mond als vochtig, als dronken van geur en nachtgeruisch, zóó schitterend en edel haar rosblond en blank, het halsje koel en zacht als een bloemstengel, dat hij zichzelf en zijn verzen armzalig vond.

Angstig keek hij in haar oogen bij het begroeten, een teeken van verstandhouding en herkenning hopend —, haar blik gaf meer dan hij had durven verwachten en zond hem een duizel van verrukking, fel als een electrische schok, door de leden. Wat deerde het hem nu, dat mevrouw hem merkbaar koeler en stijver dan vroeger ontving, dat Carel na eenige oogenblikken opstond en met een vage verontschuldiging de kamer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.