„Ze komt niet, omdat ik haar heb gezegd dat ze wel weg kon blijven/'
„Omdat jij hebt gezegd —, de gotspe — — de brutale gotspe...." tante Rebecca verhikte zich in haar drift.
„En wie geeft jou het recht, kwajongen... . ?" dreigend richtte de vader zich op.
„Ik geef mezelf dat recht", heesch en rauw van drift klonk zijn stem —, „ik geef mezelf het recht, om me te verdedigen tegen jullie walgelijk gekoppel, daartoe geef ik mezelf het recht."
Zonder de bui af te wachten, die nu achter hem losbrak, vluchtte hij het huis uit.
Nu leed hij al dagen lang de vijandschap van zijn gezin om zijn uitverkorene en gaf er zich in martelaars-wellust rekenschap van. Juutje had het ditmaal werk el i^k opgegeven, ze had drie dagen lang bij tante Esther in het bed in het donkere alkoof liggen uithuilen, altijd door hopend op een boodschap van Ben —, maar toen alleen Bekkie was gekomen, om haar een opgesierd verslag te doen van wat er op haar verjaardag was voorgevallen, wist ze dat er niets meer te verwachten vieL
„Een neweire voor alles, wat je hem hebt gegeven, die mooie handspiegel verleden week nog —, zeker een