197
vertoon van vijandigheid, allen eensgezind tegen hem —, hij zou er voor geweken zijn —, hij was wel voor minder teruggegaan —, nu voelde hij zich marmer-hard en onverzettelijk.
Aan tafel zweeg hij, ze richtten geen van allen het woord tot hem, alleen zijn moeder nu en dan. Tante Rebecca praatte levendig, met een groot vertoon van onverschilligheid, tegen Bekkie en Saartje, maar haar al te radde toon en de heete blos over haar heele gezicht bewees duidelijk dat ze „op-van-de-zenuwen” was en brandde van verlangen, in razende ruzie verluchting te zoeken. Van haar bordvol gestoofde visch liet ze een klein stukje liggen —, schoof het bord ter zij en verzekerde met een zwaarmoedigen zucht, als vertelde ze iets nieuws en onverklaarbaars: „dat ze vandaag zelfs aan gestoofde blei de rechte „naages” niet had".
Vader trommelde op tafel en keek naar den zolder, kleine Saartje deed teeder tegen Bekkie, met booze blikken op Ben. Het sloeg zeven uur,
„Komt Juutje vanavond niet?" fluisterde tante Rebecca, toen even later de theeboel weer op tafel stond, de schaaltjes suikergoed er omheen —, en even later verbaasde zich Bekkie luidop: „Ik begrijp niet, waarom Juutje er nog
niet is.”
„Ze komt niet”, zei Ben,
„Komt ze niet? En waarom niet? En hoe weet jij dat?”