Het Joodje

Titel
Het Joodje

Jaar
1914

Overig
1ed v2

Pagina's
258



196

dat hij anders was, geen begin van eerbied voor zijn anders-zijn. Zoo iets eenvoudigs te zeggen, als dit: ik hou niet van Juutje —, wat was klaarder? —, hier zou het als overspannen wartaal klinken. „Eppes uit een roman” —, hij hoorde het tante Rebecca zeggen. Wat rechtschapen jongen hield er nou niet van een mooi meissie met tien — ja, misschien vijftien duizend gulden —, daar moest je wel stapel-mesjogge voor zijn. Als Juutje er niet tusschen zat, zouden ze niet zóóveel stof hebben opgeschopt om dien vergeten verjaardag, 't was maar een gelegenheid, om de verbittering tegen hem los te laten —, om hem te intimideeren, en moeder deed mee met de lij delijkheids-komedie —, en zoo met z’n allen meenden ze hem wel te krijgen waar ze hem hebben wilden. En *t zou gelukt zijn ook —, als niet zij was gekomen, de ranke, stralende, glimlachende godin, die het aanschijn van de heele wereld als met licht en gloed overtogen had. Aan haar maar denken —, en niets hooren —, en niets zeggen —, en waardig zijn.

Dikke Sam ging weg, moeder en tante Rebecca begonnen de tafel te dekken, tante haastig heen en weer vliegend met veel vertoon, „het was toch al zoo laat geworden door al de verschteering”.

Bekkie zat bij het raam, den rug naar hem toe —, Saartje fluisterde haar nu en dan iets in *t oor, met een blik op hem —, dan haalde Bekkie de schouders op. Vader liep met saamgeperste, vooruitgestoken lippen de kamer op en neer.

Gisteren zou hij het niet uitgehouden hebben, dat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.