175
met twee der bestgeziene jongens van de heele schoo* Toch gevoelde hij tot zijn vreugde niet de minste rr ging tegenover Berthold, die hem eens zoo ha^ ' * leedigd, toenadering te toonen.
„Aart heeft je toch wel gezegd, een maand of wal terug, dat ik het goedv. ..., ik wil zeggen, dat we het waardeeren zouden als je in de club kwam. Je wou toen niet —, dat moest je zelf weten —, je zei toen geloof ik —, dat je het niet op je kon nemen —, mijn geweten met een inconsequentie te bezwaren —, dat was heel aardig gezegd, heel scherpzinnig, overigens overbodig, die zorg voor mijn gewreten —, maar je redeneering was trouwens onjuist ook, er was geen sprake van een inconsequentie: principieel geloof ik niet, dat ik di'e speciale bepaling, waar het toen om ging, uit het reglement zou willen schrappen, maar je hebt "sinds getoond, dat je.... en omdat geest, talent iemand in het algemeen verheffen boven ras-eigenaardigheden, zoo goed als boven stand en nationale eigenaardigheden en zoo —, daarom, zie je...
In den aanvang even aarzelend en verlegen, doch al gauw met zijn gewone radde beslistheid had Berthold gesproken —, het vuur rees Ben naar de slapen bij de laatste woorden, die hem krenkten, en waarvan hij voor zichzelf niet wilde erkennen, dat ze hem vleiden ook.
„Dus je vindt nog altijd, dat je het recht hebt, een Jood, omdat hij een Jood is, uit te sluiten? En ik