171
sprong bij hem op, en hij greep haar bij de polsen en ze stoeiden en worstelden tezamen, en hij voelde telkens haar gloeiend gezicht vlak bij zijn mond en moest haar wel kussen, tot ze eindelijk allebei hijgend terechtkwamen in dezelfde stoel —, het was dan al donker geworden — waar zij hem tot nog prikkelender en gevaarlijker spelletjes uitdagen bleef. Maar ging dan de lamp aan en kwamen de anderen thuis, die met veelzeggend glimlachen naar Juutjes verhit gezicht keken, dan voelde hij zich bleek en strak, vol weerzin en schaamte en verbeten wrevel, dan kon hij haar nauwelijks aanzien en liep botweg de deur uit, vol walging ook tegen zichzelf,
En toch merkte hij wel, dat hij-zelf ze ook begon te begeeren, die prikkelende, onzuivere spelletjes in de schemering, dat hij er 's middags in school, half bevangen door de zomerwarmte, met een zwoel verlangen aan dacht en zich teleurgesteld en rusteloos en onbevredigd gevoelde, wanneer ze een dag of wat eens niet alleen waren geweest. In koele uren besefte hij wel het gevaar dat hij liep, van door zijn eigen onedel verlangen en door een uit gewoonte ontstane verplichting buiten liefde en zijn eigenlijken wil om aan Juutje te worden vastgekoppeld, en nam hij zich voor zich los te scheuren, maar als ze dan weer alleen waren in den warmen schemer, wist hij zich niet te verzetten.
Wandelen tezamen deden ze niet meer, hij ging meestal alleen, een enkele maal met Aart, Zondags