Het Joodje

Titel
Het Joodje

Jaar
1914

Overig
1ed v2

Pagina's
258



164

zeggen, dat ze allebei Joden waren en precies bij elkaar pasten,

„Gaan we nog uit, Ben?”

Ze stond achter hem, de anderen hadden als bij afspraak de kamer verlaten. Hij keerde zich om —, wat kleurde dat blauw haar toch aardig, wat keek zij lief en smeekend. Zou hij nu toch maar wel het gedichtje bij zich steken? En het haar voorlezen op de bank aan den vijver in het kleine park buiten het dorp? Daar zou het nu wel heerlijk zijn,

„Even naar boven/1

Hij vouwde in den schemer van zijn laag slaapvertrekje het blaadje papier in elkaar, stak het in zijn zak, en terwijl hij zijn handen na het wasschen afdroogde, keek hij met welgevallen naar zijn lange, bleeke vingers. Het waren wel de handen van een heer, O, weer dat, weer dat! Hij verdreef de gedachte en schikte de voorwerpen op zijn waschtafeitje terecht —, het was te klein, het bood geen ruimte, maar een ander tafeltje stond er naast geschoven, Juutje had er een wit kleedje voor geborduurd en daarop stonden de kleine toilet-behoeften, waarvan hij als kind niet had gedroomd en die hem nu onmisbaar schenen. En dat ze hem onmisbaar waren, beduidde dat hij beschaafder was geworden, en daarover mocht hij zich toch verheugen en die beschaving mocht hij toch in Aart en de anderen ook wel bewonderen zonder zichzelf te vernederen. Maar nu moest hij niet langer dralen in gepeins. Juutje wachtte beneden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.