160
zijn bloote knieën dankte? — beantwoordde ze met vage mededeelingen over Ben s wonderlijke geleerdheid, en zijn zwaar werken op school, *t welk hem zoo in beslag nam, dat hij voorloopig althans nergens mee mocht worden lastig gevallen. Doch ondanks al haar omzichtigheid en sluwe voorzorgen kon het Ben toch niet ontgaan, waarheen ze hem altezamen drijven wilden.
Bekkie vooral liet zich voortdurend plagerijen en toespelingen ontvallen —, hij werd met Juutje, zoo-dra ze kwam, alleen gelaten, de Hendersons toonden zich van een ongewone gemeenzaamheid, Juutje behandelde zijn vader en moeder als familie-leden en zoo behandelden ze haar ook. Zoodra de dagen mooier en langer werden, vertoonde ze zich bijna dagelijks, had telkens een nieuw japonnetje aan en het was, voordat hij er zich goed rekenschap van had gegeven, een gewoonte geworden dat ze in den schemer samen gingen wandelen.
Op een namiddag, dat hij met Aart van Erp uit school kwam, ontmoetten ze haar in de straat. Het was zomerachtig warm, schoon nog maar April en ze had een lichtblauw japonnetje aan, dat haar heel aardig stond. Ze glimlachte al uit de verte en keek hem in 't groeten met haar schitterende zwarte oogen zoo smeekend en onderworpen aan, dat Ben er een kleur van kreeg en haastig naar Aart keek om te weten welken indruk zij op hem had gemaakt.
HWat een alleraardigst kind”, zei Aart haar als