152
nu het gezin langzaam aan tot ietwat hoogeren stand en aanzien was gestegen. Wel stond de oude Visch-kooper nog altijd met zijn boekenstal op de markt, maar hij was daar de eerste onder zijn gelijken geworden en had geleidelijk de beste koopers aan zich getrokken.
Thuis vertelde hij, dat dit kwam, omdat hij beter dan de anderen in staat was, de menschen te raden in wat ze koopen moesten, omdat hij verstand van boeken had —, maar in werkelijkheid dankte hij zijn vooruitgang hieraan, dat hij zich gemakkelijker dan die anderen liet afbieden, vatbaar als hij was voor vleierij en vriendelijkheid van de zijde der artisten en opgeschoten schooljongens die zijn beste klanten waren. Hij had een roep gekregen van betrouwbaarheid, wist met een zekere in den loop der jaren verworven kennis van feiten en namen een heel vertoon te maken —, en had op marktdag van den ochtend tot den avond zijn kraam omringd met koopers en met kijkers — die hij niet, als de anderen, snauwerig wegkeek of afschrikte door gretig opdringen, maar rustig liet snuffelen en bladeren, overtuigd, dat ze toch niet met leege handen zouden weggaan.
Het marktleven, het opslaan onder de groene boo-men, het uitleggen der boeken, het praten en lachen en schertsen met de schilders en opgeschoten jongens, met sommigen van wie hij bevriend raakte, tusschen welke hij zich soms een gewichtig man vond, als ze hem om raad vroegen, het gewoel rondom hem, te