138
haar gezicht, ze keek hem in de oogen met een verlegen ,smeekend lachje —, in het oogenblik dat hij zich naar haar omwendde, trippelde Bekkie weer weg met den onbehouwen Sam en ze waren alleen.
*t Verdere van den avond, den nacht eigenlijk, waren ze alleen gebleven —, ze danste niet langer, nu hij het ook niet deed, haar oom en tante waren haar komen roepen om haar mee te nemen naar huis toe, maar ze had niet gewild en in zijn bijzijn hadden ze een oogenblik hittig en giftig gekibbeld — rad Jiddisj, de oom en tante dreigend, smeekend, zij vastbesloten weigerend, met den vlamblos weer op het gezicht. Een uur later gingen ook zijn ouders —, Saartje was door oom Jozef na den eersten dans naar huis gebracht en oom was toen ook thuisgebleven — en ze hadden hem lachend en wenkend beduid, dat hij nu Juutje moest thuisbrengen. Beduusd, niet goed wetend, hoe dit alles toch was toegegaan —, en wat het moest beteekenen — liep hij even later gearmd met haar in den knappend-vriezenden Januari-nacht, door de verlaten straten —, hij hoorde haar rad, ietwat schor, napraten over het feest, hij luisterde zonder veel aandacht, zich vaag-verstoord afvragend, waarom ze, na haar vroolijken avond, nu ineens zooveel kwaad van de voordrachten en de kleeren der andere meisjes vertelde —, onmiddellijk daarna bedenkend, dat hij er evenmin veel goeds van had gedacht, doch in zijn hart weigerend, zichzelf en haar daarin gelijk te stellen. En dan voelde hij weer de