Het Joodje

Titel
Het Joodje

Jaar
1914

Overig
1ed v2

Pagina's
258



137

begreep niet wat het meisje wilde, wat ze bedoelde, waartoe ze hem te lokken zocht.

En toen waren de violen gesfemd —, en de dans was begonnen, de wandelmarsch eerst, aangevoerd door een klein zwart mannetje, dat met doordringende stem aanwijzingen schreeuwde, de dom-ver-legen lachende paartjes half-ruggelings, zwaaiend met de armen voorafgaand als een bewaarschooljuffrouw haar klas. Loom schuifelden de ongeoefende, onzekere, ongelijktijdig zich bewegende voeten over de stroeve houten planken en weer zag hij dat meisje naar zich kijken, aan den arm van Meijer Leefsma ging ze, in onverholen tegenzin zoo ver mogelijk van hem af —, en haar wangen waren nu vlammend-rood gekleurd, ze wierp hem een half-boozen, half-verlokkenden blik toe. Wat beduidde dat toch —, had hij zich afgevraagd — en opnieuw was hem die vreemde gloed prikkelend over de huid getogen, voelde hij zich onbehaaglijk en behaagd tegelijkertijd, aangetrokken en afgestooten. Na den dans was Bekkie bij hem gekomen, trotsch, verhit, haar cavalier, den verlegen Sam, aan den arm met zich voerende, en had hem haastig, een zonderlingen meerderheidstoon in haar stem, toegefluisterd dat hij dadelijk Juutje ten dam vragen moest, eer dat anderen hem vóór waren. Zag hij dan niet, dat ze kennis wilde maken, hoe kon hij toch zoo lomp zijn —, hij wilde tegenstreven, hooghartig weigeren, maar als toevallig kwam het meisje zelf nu zijn kant uit, de hooge blos was weer weg van

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.