Het Joodje

Titel
Het Joodje

Jaar
1914

Overig
1ed v2

Pagina's
258



124

straat mede-feestgangers ontmoetten, kwam er ineens leven in, de „dames" schoten onmiddellijk in druk en innig gesprek een heel eind voor de „heeren" uit, die volgden traag, zwaar en gemoedelijk pratend, terwijl Juutje stil naast haar oom ging.

Ze wist wel wien die twee bedoelden, hij en tante, met „een die ook kwam, met mooie snorren". Die groote, akelige Meijer Leefsma —, met zijn breede handen, zijn gele tanden —, die haar zoo naar-ver-liefd had aangekeken, op ooms verjaardag en telkens dicht bij haar, bijna tegen haar aan was komen staan. Ze wilde hem niet, ze wilde ze geen van allen —, alleen Ben wilde ze, met zijn mooi bleek gezicht, de nette, fijne scheiding in zijn haar, Ben, die zoo knap was, die een groot geleerde zou worden en die niet zoo akelig keek, als al die jongelui hier en vroeger in die andere plaats, waar ze bij oom Simon en tante Selien had gelogeerd —, allemaal keken ze als Meijer Leefsma, maar hij niet.

Hij keek eigenlijk heelemaal niet — hij was trotseh, had Bekkie gezegd, hij kwam bij de deftige gojim aan huis, in de groote villa's, hij keek naar niemand — maar vanavond zou hij toch wel naar haar moeten kijken, nu ze een modern kapsel had — ,en een zijden japon, en verlakte schoentjes met gespen, die wel zilver leken.

Echt zilveren had ze bijna gekocht en ze waren maar een paar gulden duurder dan deze —, het had haar in de winkel begroot en nu speet het haar toch.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.