123
Juutje hoorde nauwelijks meer wat hij zei, zoodra ze de spiegel in ’t oog had, ze verschikte neuriend den kleurigen band in haar zwarte haren — tante Esther wees er achter ’t nichtje om haar man op met een veelzeggenden blik —, Bekkie was haar zooeven ,,modern” komen kappen en daarna gauw naar huis teruggegaan om zichzelf te kleeden voor het feest, Bekkie had óók een nieuwe japon, wel geen zij, maar heel netjes.
Zoo vertelde ze oom-en-tante, terwijl ze voor de spiegel stond.
,,Haar broer komt ook”, zei ze.
„D*r komen er zoovelen”, leidde oom schertsend af, „ik weet er nog wel een, die óók komt, een met heele lange snorren.”
Hij knipoogde om zijn eigen listigheid naar zijn vrouw en las lof in haar oogen. Zóó moest hij ermee praten. Maar Juutje antwoordde niet en keek zoo vastbesloten, in het volle besef dat zij, verwend eenig kind van haar vader, met tien, ja misschien vijftien duizend gulden bruidschat nemen kon wien zij verkoos, dat de lach wegtrok van oom Davids gezicht, omdat hij daar ook bang voor was en hij benepen vermeed zijn vrouw aan te kijken.
Ze gingen; het was een vinnig-koude Januari-avond en na de warmgestookte kamer neep hen de kilte op de huid, ze spraken aanvankelijk weinig, oom en tante elk met hun gedachten vervuld —, oom herhaaldelijk gapend, maar nu ze onverwacht op den hoek van een