122
„Sta je daar nou nog met je das? Keer je om —, dan zal ik je helpen.”
Hij wendde zich naar haar toe en kneep zijn lippen samen en trok zijn hals in en hief zijn kin in de hoogte, om haar ruimte te geven en ze strikte zorgvuldig, zwijgend, met zacht-hijgende borst, toen Juutje binnenkwam,
„Oom, tante —, wat zegt u van me?”
Ze droeg een geelzijden japon, met breede kanten kraag en donkerroode strikken, bijeengehouden door zwart-satijnen kwastjes. Op zij van den rok waren langs den naad drie donkerroode knoedeltjes in z wart-fluweelen strikjes bevestigd.
Tante Esther kon die knoedeltjes en strikjes niet dadelijk thuisbrengen,
„Wat is dat?” zei ze, weifelend en wees er naar.
„Mode”, antwoordde Juutje beslist, met een opgewipt kinnetje.
Tante Esther zweeg, half-bewonderend, half-mis-prijzend bekeek ze haar nichtje van haar kapsel af tot haar schoenen toe,
„Lakschoenen met gespen. Je doet het niet minder. Aardig duur, zou ik zoo zeggen.”
Oom David was zonder voorbehoud opgetogen.
„ Ze is prachtig —, ze is de mooiste van allemaal —, ze heeft ook de meeste centen, wat jij meid?” en hij kneep haar in de wang, maar zijn vroolijkheid was gemaakt.