119
oübakken „galletje” uit haar vaders winkel vergeleek —, maar voor wie toch nog niet allen kans verkeken behoefde te zijn! En wie weet, zoo'n avond, als ze er op het voordeeligst uitzag, en waar er nogal jongelui uit den omtrek verwacht werden.
Er waren nog wel ruzie-tjes geweest om de benoeming der „ceremonie-meesters” en „commissarissen-van-orde” — welke laatste nieuwigheid, door Meijer Leefsma doorgedreven, maar door de oude elementen, die zich bovendien in hun zonen en dochteren achteruitgezet voelden, heimelijk was misprezen als een „groote schtoss” —, over de bekostiging van, en de eigendomsrechten op de costuums voor den „Fran-schen dans” —, waarbij de Rebbe rechtsuitspraken uit den Talmud had te berde gebracht — over de levering van de balboekjes, die sommigen aan den Joodschen, anderen aan den goedkoopsten drukker opdragen wilden —, maar eindelijk v/as alles in der minne geschikt en in volle eendracht en vrede hadden ze het lokaal versierd met sparregroen en papieren rozen, er was muziek voor den dans, zelfs zouden de oudjes hun zin krijgen en augurkjes en uitjes hebben aan het souper, hoewel het lang niet „fijn” was in de oogen der jongeren —, maar Henderson, de parnas, met zijn goedrond, jolig gezicht, zuchtte uit een bedrukt gemoed, terwijl hij in zijn huiskamer achter den winkel, voor de spiegel stond en zijn zwart dasje strikte onder zijn stijf boord, met eindeloos geduld opnieuw beproevend, zoo vaak hem de gladde