Het Joodje

Titel
Het Joodje

Jaar
1914

Overig
1ed v2

Pagina's
258



115

het heel anders dan wanneer de jongens op straat het jouwden tegen het dochtertje van den Joodschen slager, die zich, nu ze groot was, „Suze" liet noemen, zooals zijn zusje de meisjes op haar naailes wijs zocht te maken dat ze Betsy heette. Was Bekkie werkelijk onwelluidender, gemeener dan Kitty en Dolly en Minnie —, neen, de anderen hadden het maar zoo gemaakt.

Heerlijk de gedachte, dat hij nu toch elke maand vijfentwintig gulden zou verdienen —, hij was toch nog maar zeventien, ’t volgend jaar na de vacantie zou hij in de zesde komen.

Vader en moeder waren toch niet zoo blij geweest als hij zich had voorgesteld —, misschien omdat het niet meer zoo nijpte, nu oom Jozefs huwelijk voor-loopig op den langen baan was geschoven. Over wie hadden ze eigenlijk zoo druk gesproken, vanmiddag toen ze thuiskwamen? En waar waren ze ook weer geweest? O ja, bij den „paraas", het hoofd van de Joodsche gemeente, die een neef van tante Rebecca’s man was, een goedbeklante goudsmederij had en wiens omgang vader en moeder om die deftigheid sinds ze „van de familie" waren, nogal zochten. Verleden week waren ze er ook al geweest — en dat moeder, die zoo zelden uitging! — en toen hadden ze óók zoo druk gesproken over Judith Nachbar, het nichtje van den paraas, uit een boerengehucht in den achterhoek aan den Duitschen grens, dat er logeerde. Ze was even oud als hij, een donker meisje, ze scheen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.