114
der kieskeurig waren in hun omgang met menschen, die zich voordeden als van hun eigen stand, In vroeger eeuwen, in de Oudheid was die gemeenzaamheid tusschen onderhoorigen en meesters — berustend op een alle misverstand buitensluitende erkende meerderheid van de laatsten — zoo ver gegaan, dat de mannen hun intieme zaken bespraken, de vrouwen zich ontkleedden in het bijzijn van slaven. Daaraan dacht hij —, Mevrouw Van Erp had vandaag zooveel verteld, den eersten keer, dat hij haar zag, van zichzelf, haar gezin, haar kinderen, meer en intiemer dan ooit met iemand anders had hij met haar gesproken —, zou die vertrouwelijkheid van denzelfden aard zijn als die van de menschen in vroeger eeuwen met hoorigen en slaven —? Dan was het een felle beleediging —, dan zou hij haar laten voelen, dat hij van die opvattingen niet gediend was —, maar neen, het kon niet, ze was eenvoudig anders dan de anderen, openhartiger, vriendelijker. Toch vooral niet te veel medelijden opwekken, vooral niet te veel zich laten vertroetelen als het interessante, arme, verdrukte Joodje. De kinderen schenen hem aardig —, Bram en Lies je —, gek, dat die naam Abraham hem nu plotseling niet vulgair en belachelijk scheen, omdat die hem droeg geen Jodenjongetje was. Mevrouw had hem verteld, dat in Engeland veel menschen bijbelsche namen droegen, mannen en vrouwen, zijzelf had een Engelsche nicht, die Sarah heette —, en toen hij dien naam uit haar mond hoorde, klonk