108
't oude leed was vergeten, vol vreugde en dankbaarheid kwam hij thuis met de tijding.
De Van Erps waren een „artistieke familie" en ze stonden er al gauw in het dorp voor bekend —, het artistieke kwam eigenlijk alleen van mevrouw* s kant, maar omdat zij den toon van het familie-leven aangaf, op het gedrag en de houding van de jongere schoolgaande kinderen den meesten invloed uitoefende —, viel het niemand op dat het gezinshoofd en de oudste zoon — welke beiden trouwens dagelijks naar stad togen en zich weinig lieten zien — buiten de artistiekerigheid stonden, die eerst nogal bedenkelijk werd geacht, tot het bleek, dat er op mevrouws afkomst en familiebetrekkingen niets was aan te merken —, er werd zelfs verteld, dat haar vader recht op een adellijken titel had kunnen laten gelden, wanneer hij had gewild. Maar die vader scheen, naar de verhalen, die de ronde deden, een soort zonderling te zijn geweest — wat hem evenwel niet had belet als grond-speculant en eigenaar van een paar provinciale bladen een massa geld te maken — die zich met niet veel meer dan zijn zaken en zijn liefhebberijen, postzegels en orchideeën, en allerminst met zijn dochter scheen te hebben bemoeid. Van haar deden de zonderlingste, schoon gelukkig geen rechtstreeks afkeurenswaardige verhalen de ronde —f ze raapte bedelaars, arme kin