103
alle vaders mooi. Jongenstrots! Maar volgend najaar gaat die jonge man naar Leiden studeeren en dan zul je eens zien hoe goed of zijn fiere jongenstrots het misselijke en vernederende ontgroenen verdraagt, waarmee hij zijn lidmaatschap voor het Corps moet koopen. Wie anders voelt, is belachelijk. Ze roepen overal om „karakter” en ze dulden het nergens, waar ze het zien,”
„Maar laten ze dat dan allemaal eerlijk bekennen”, viel Ben heftig uit, „laten ze dan zeggen, dat ze niet geven om „deugd” —, alleen om „macht” en laten ze dan niet doen alsof ze bewondering hebben voor dingen, en verachting voor anderen, die ze tegelijkertijd aanmoedigen in anderen of zelf doen.”
De oude man schudde glimlachend het hoofd.
„Neen jongen, als ze dat deden, dan zou het nog veel erger zijn. Dan hadden ze niet eens meer een ideaal! Vroeger dacht ik er precies zoo over als jij —, toen noemde ik de menschen ook schijnheilig en geveinsd —, nu zie ik in dat voorgeven van wat niet is, dat oppervlakkig en zwak vereeren van deugden in het algemeen, die ze niet aankweeken in zichzelf en niet achten in anderen —, toch nog de eenige erkenning van het betere, van het ideaal. Als ze ophouden van anderen te eischen, wat ze zelf niet kunnen en in *t algemeen te vereeren, wat ze in 't bijzonder belachen of wreken, — dan is er zelfs geen schijn van hooger zedelijk leven, van hooger zedelijk bewustzijn meer over en dus geen hoop op betere tijden. Laten we